De toename van het kooldioxide gehalte in de atmosfeer is antropogeen – Deel 3

De toename van CO2 in de atmosfeer is antropogeen – deel 3

Inleiding

In de vorige twee artikelen hebben we gekeken naar het algemene beeld van kooldioxide (CO2) in de atmosfeer en naar de omrekening van kiloton CO2 naar ppm CO2 voor een enkel jaar. In dit deel zullen we kijken naar het beeld voor alle jaren waar ik gegevens over heb. Dat is vanaf 1960 tot en met 2016. We zullen zien dat voor al deze 57 jaren geldt dat de emissie van CO2 veel hoger is dan de toename. Dat wil dus zeggen dat voor al deze jaren geldt dat de toename van het CO2-gehalte van de atmosfeer antropogeen is geweest, dat wil zeggen door toe doen van de mens. We zullen een onderscheid maken tussen de begrippen natuurlijk CO2 en antropogeen CO2. Voor al deze jaren geldt dat de toename van CO2 gelijk is aan de emissies van CO2  minus de uitval van antropogeen CO2. We zullen vaststellen dat er 2 manieren zijn om CO2-uitval te definiëren. Op het eerste gezicht zal het lijken of het niks uitmaakt hoe je de CO2-uitval definieert maar het maakt wel degelijk een groot verschil uit.

De ontwikkelingen van 1960 tot en met 2016

Als we voor alle jaren dat ik gegevens van heb, de omrekening maken van kiloton CO2 naar ppm CO2 en daar ook de toename van CO2 in de atmosfeer aan toevoegen, dan kunnen we ook de CO2-uitval bepalen per jaar. De gegevens van de emissies zijn van de Wereldbank en de gegevens voor het CO2-gehalte zijn van het Scripps-instituut.  Dit geheel kunnen we weergeven in een grafiek. Dat ziet er als volgt uit.

Knipsel

Figuur 1 Emissie, uitval en toename van antropogeen CO2 over de periode 1960-2016

Zoals je kunt zien is de toename van de CO2-emissies vrijwel lineair verlopen. Alle goede voornemens, alle verdragen, protocollen en akkoorden hebben hier niets aan kunnen veranderen. De bedoeling was om de CO2-emissies onder het niveau van 1990 te krijgen. Daar is niets van terecht gekomen. De CO2-emissies waren in 2013 maar liefst 60 procent hoger dan in 1990. De enigste momenten dat de emissies vertraagden en soms zelfs iets terug liepen waren tijdens de recessies. Maar na een recessie volgt herstel en dus weer een toename van de CO2-emissies. Dat zal deze keer ook niet veel anders zijn. Er is nog steeds geen enkel besef van urgentie te bespeuren. Economische overwegingen geven uiteindelijk de doorslag. Wat ook opvalt aan de grafiek is dat de toename van het CO2-gehalte minder strak verloopt. Er lijkt sprake te zijn van flink wat natuurlijke variatie. Dit hangt samen met El Niño en La Niña jaren. Maar het algemene beeld is duidelijk. Het CO2-gehalte blijft toenemen en omdat CO2 een broeikasgas is zal ook de opwarming blijven toenemen. Wat ook opvalt is dat de CO2-uitval blijft toenemen. Maar de uitval is niet hoog genoeg om een toename van het CO2-gehalte af te remmen. Het CO2-gehalte is dan ook alle jaren nog toe genomen.

Het onderscheid tussen natuurlijk en antropogeen CO2

Uit onderzoek blijkt dat er een sterk verband is tussen de gemiddelde temperatuur op Aarde en het kooldioxide gehalte. Dit is vooral duidelijk te zien voor de periode van de IJstijd.  Koude perioden (de glacialen) met een laag CO2-gehalte werden afgewisseld door kortstondige warmere perioden (de interglacialen) met een hoog CO2-gehalte. Zoals uit figuur 2 duidelijk te zien is.

carbon_dioxide-temp-iceages

Figuur 2 De samenhang tussen natuurlijk CO2-gehalte en de gemiddelde temperatuur

De samenhang tussen de gemiddelde temperatuur op Aarde en het CO2-gehalte is duidelijk te zien. Bij een bepaalde gemiddelde temperatuur hoort een bepaald gehalte aan kooldioxide in de atmosfeer. Hier lijkt sprake te zijn van een natuurlijk evenwicht. Tot het begin van de industriële revolutie was dat nog steeds het geval. Daarna is de mensheid begonnen om op steeds grotere schaal gebruik te maken van fossiel brandstoffen zoals steenkool, aardgas en aardolieproducten. Hierdoor is het natuurlijkevenwicht tussen de gemiddelde temperatuur op Aarde en het CO2-gehalte in de atmosfeer verstoord. Zoals uit figuur 3 blijkt, is het CO2-gehalte fors gestegen van het natuurlijk gehalte van 275 ppm na het huidige antropogeen gehalte van ruim 409 ppm. Dat is een forse toename van maar liefst 49 procent. Kooldioxide is een broeikasgas en een toename ervan zal tot een temperatuurstijging leiden. Maar uit figuur 2 blijkt duidelijk dat de temperatuurstijging flink achterblijft op de stijging van het CO2-gehalte. Dat wil dus zeggen dat het gehalte aan kooldioxide in de atmosfeer hoger is dan het op grond van de gemiddelde temperatuur op Aarde hoort te zijn. Dat betekent dat je een onderscheid kunt maken tussen natuurlijk CO2. een gehalte van 275 ppm en  antropogeen, dat wil zeggen door menselijk toedoen extra aan de atmosfeer toegevoegde CO2. Dat is dus alles boven de 275 ppm. Zie figuur 3 voor een grafische voorstelling van het verhaal.

co2_800k_zoom

Figuur 3 Twee vormen van CO2 in de atmosfeer

De twee vormen waarin je het CO2-gehalte van de atmosfeer modelmatig kunt opsplitsen zijn natuurlijk CO2-gehalte en de antropogene toevoeging door het alsmaar toenemend gebruik van fossiele brandstoffen als steenkool, aardolieproducten en aardgas. Dat is de kern van deze paragraaf. In de volgende paragraaf zullen we ons nader bezig houden met het opvallend verschijnsel dat de toename van het CO2-gehalte een stuk lager ligt dan de CO2-emissie. Een deel van de antropogene toevoeging valt weer uit de atmosfeer. Hoe kijk je aan tegen deze CO2-uitval?

Twee manieren om CO2-uitval te definiëren

Voor alle jaren geldt dat de CO2-emissie veel hoger is dan de CO2-toename. Dat betekent dat ieder jaar een deel van de toegevoegde CO2 weer uit de atmosfeer valt. Dit is de zogenoemde CO2-uitval van het antropogeen CO2.

Er zijn twee manieren om de CO2-uitval te definiëren. Ten eerste als fractie van de CO2-emissie. Dit is de gangbare manier. Maar er is ook een alternatieve manier om de CO2-uitval te definiëren,  namelijk als fractie van het aanwezig antropogeen CO2. Dat is de de hoeveelheid CO2 boven het natuurlijk niveau van 275 ppm. Het lijkt op het eerste gezicht niet veel uit te maken hoe je de CO2-uitval definieert. De hoeveelheid CO2-uitval in ppm blijft tenslotte gelijk, namelijk de CO2-emissie minus de toename van CO2 in de atmosfeer.

Toch zijn er belangrijke verschillen en wel in de aanname die je doet over het antropogeen CO2. Als je de CO2-uitval definieert als fractie van de CO2-emissie voor het jaar in kwestie, houdt dit in dat de antropogene CO2 van de voorafgaande jaren opgesloten zit in de atmosfeer en daar niet meer uitkomt. Zelfs als de emissie terugbrengt naar 0 ppm zal de uitval immers ook terugvallen naar 0 ppm. De klimaatverandering is dan onomkeerbaar want CO2 is nu eenmaal een broeikasgas. Er ontstaat na verloop van tijd een nieuw evenwicht tussen het blijvend hoog gehalte aan kooldioxide in de atmosfeer en de daar mee samenhangende temperatuur.

Als je echter de alternatieve definitie gebruikt kom je tot een andere aanname over antropogeen CO2. Als je in het extreme geval de CO2-emissies terug brengt naar 0 ppm zal de CO2-uitval gewoon door blijven gaan voor een hele tijd. Het CO2-gehalte van de atmosfeer zal wel degelijk dalen en er zal een nieuw evenwicht ontstaan. Omdat CO2 een broeikasgas is zal de temperatuur stijgen en zal het natuurlijk niveau van CO2 ook toenemen. Maar het zal minder hoog zijn dan bij de gangbare definitie. Het maakt voor het schrijven van de scenario’s wel degelijk een verschil uit hoe je CO2-uitval definieert. De vraag die zich opdringt is of het mogelijk is aan de hand van de beschikbare data aan te geven welke van de twee definities de juiste is. Daar zul je simulaties en scenario’s voor moeten schrijven. Maar het uitschrijven van scenario’s voor eventueel toekomstige ontwikkeling van het CO2-gehalte en uiteindelijk de temperatuur is iets voor het volgende deel in deze serie over de vraag of de CO2-toename van de atmosfeer antropogeen is. Hier volstaat de conclusie dat voor de onderzochte periode van 1960 tot en met 2016 de toename van het kooldioxide gehalte in de atmosfeer beslist antropogeen is.

Conclusies

Voor alle jaren die onderzocht zijn geldt dat de CO2-emissie veel groter is dan de CO2-toename. De toename is zeer grillig, ook op jaarbasis. Er is veel ruis op het signaal maar het signaal is duidelijk. De toename van het CO2-gehalte is antropogeen. Voor ieder jaar valt een deel van het antropogeen toegevoegde CO2 weer uit de atmosfeer. Dit op zich is al afdoende bewijs voor het antropogeen zijn van de toename van kooldioxide in de atmosfeer. Je kunt op grond van de data uit de ijstijdperiode afleiden dat er een natuurlijk evenwicht bestaat tussen de gemiddelde temperatuur op Aarde en het CO2-gehalte van de atmosfeer. Door het toenemend verbruik van fossiele brandstof is dit natuurlijk evenwicht verstoord. Het CO2-gehalte van de atmosfeer is veel hoger dan op grond van de huidige temperatuur valt te verwachten. Dat betekent dat je een onderscheid kunt maken tussen natuurlijk CO2 en antropogeen toegevoegd CO2. Een deel van de toegevoegde antropogene CO2 valt weer uit de atmosfeer. Deze CO2-uitval kun je op twee manieren definiëren. Het blijkt qua aannames een groot verschil uit te maken hoe je dit doet. Het is dus zaak om uit te zoeken welke van de twee manieren beter voldoet aan de hand van de verzamelde data. Ook dien je beide definities uit te werken in de scenario’s voor toekomstige CO2-gehaltes van de atmosfeer. Maar dit is iets voor de volgende aflevering van de serie over de vraag of de toename van kooldioxide antropogeen is. Mijn volgende aflevering in deze serie zal ik me te buiten gaan aan een poging om een simulatie op te stellen voor de periode 1960-2016. Deze simulatie heb ik nodig om de scenario’s te kunnen schrijven voor de toekomstige ontwikkeling van het CO2-gehalte in de atmosfeer.

Literatuurlijst

CO2 emissies kiloton – Wereldbank

Keeling curve CO2 – Scripps Institute

IJstijperk – Wikipedia

Klimaatverandering Bart Verheggen – Kip-en-ei bij CO2 en de temperatuur

Klimaatverandering Bart Verheggen – Toekomstige CO2-concentraties

 

 

 

Geplaatst in artikel | Tags: , , , , , | 2 reacties

Klimaatverandering en de mainstream media in Nederland

Ik heb een nieuwe bladzijde toegevoegd op mijn blog. Op deze bladzijde wil ik proberen om aan te geven dat de mainstream media in Nederland een duidelijk beeld proberen te geven van klimaatsverandering. Er wordt vrij veel aandacht aan gegeven en men lijkt geneigd te zijn om klimaatverandering als wetenschappelijk bewezen te beschouwen. Het is niet een kwestie van de mening van alarmisten en activisten versus die van ontkenners. Klimaatverandering is voor de Nederlands mainstream media een feit. Het wordt dan ook meestal weergegeven in de wetenschappelijke bijlage en die is een beetje verborgen. Via deze bladzijde wil ik proberen om het nieuws over de klimaatverandering wat beter zichtbaar te maken. Het is geen uitgebreide analyse van wat de media brengen. Het is slechts een lijst van verwijzingen naar de websites zelf. Het resultaat van een maand turfen. Handig voor iedereen die geïnteresseerd is in klimaatverandering en wat dat voor ons kan betekenen.

Geplaatst in opmerking | Tags: , , , | 2 reacties

De toename van het kooldioxide gehalte in de atmosfeer is antropogeen – Deel 2

Inleiding

In dit artikel gaan we proberen om de kool-dioxide emissie van kiloton (gewicht) om te zetten in ppm = parts per milion (volume). Dit om uit te zoeken of de toename van kooldioxide inderdaad door de mens is veroorzaakt. De emissie van kooldioxide moet dan minstens genoeg zijn om de toename te verklaren. Voor de omzetting van gewicht in volume gebruiken we het begrip molair volume. Dit is het volume dat een mol gas in neemt bij een gegeven druk en temperatuur. Een mol gas is de massa die overeenkomt met de molecuul massa van in dit geval kooldioxide in grammen. We gaan dan ook de kooldioxide emissie die gegeven is in kiloton omrekenen in grammen en deze delen door de molecuul massa van kooldioxide. Dit levert ons de hoeveelheid mol op en dat vermenigvuldigen we dan met het molair volume. Dit volume vergelijken we met de inhoud van het deel van de atmosfeer waarin de kooldioxide emissie plaats vindt en dat is de troposfeer. Dat is een schil die om de Aarde ligt. Als alles goed gaat levert dit ons de kooldioxide emissie op in p.p.m. Dan kunnen we gaan kijken of dit inderdaad genoeg is om de toename van het kooldioxide gehalte van de troposfeer te verklaren. We gebruiken hiervoor eerst de data voor één jaar. Als het voor  één jaar lukt zullen we in het volgend artikel dit ook uitzoeken voor de overige jaren waarover data voor handen is.

Kooldioxide

Op de webpagina van de Wereldbank staat aangeven wat de kooldioxide (CO2 ) emissie is voor het jaar 2013. Dit is een fikse hoeveelheid. De emissie bedraagt 35.848.592 Kiloton. Een kiloton is 1000 ton, een ton is 1000 kilo en een kilo is 1000 gram. Dat is een hoeveelheid van 35,848592 x 10 15 gram. Dit dienen we om te zetten in het aantal mol CO2. Een mol is de hoeveelheid moleculen die gelijk is aan, in dit geval, de molecuul massa van CO2. Deze massa is gelijk aan de atoom massa van koolstof (C) en die is 12g en twee maal de atoommassa van zuurstof (O) en die is 16g. Dit geeft dus een molecuulmassa voor CO2 van 44g. De emissie van CO2 bedraagt dan 0,815 x 1015 mol. Om dit om te zetten in liters moeten we eerst weten wat het molair volume is van CO2 in de troposfeer.

Molair volume

Voor de omzetting van gewicht naar volume gebruiken we het begrip molair volume. Dit is het volume dat een mol gas in neemt bij een gegeven druk en temperatuur. Een mol gas is de massa die overeenkomt met de molecuul massa van in dit geval kooldioxide in grammen. De reken formule voor een ideaal gas is bekend. In een latere paragraaf zullen we bekijken of CO2 onder atmosferische condities een ideaal gas is. Voorlopig zullen we dit gewoon aan nemen. De formule:

Vm = T/P x Na x kB

Vm = Molair volume ideaal gas in m3

T     = Gemiddelde temperatuur troposfeer in K

P     = Gemiddelde druk troposfeer in Pa

Na  = Getal van Avogado en is 6,02 x 1023

kB  = Constante van Boltzmann en is 1,38 x 10-23

en 1 m3 is 1000 l.

Nu hoeven we alleen nog maar de gemiddelde temperatuur en druk van de troposfeer te weten. De temperatuur hebben we al eens berekend in artikel 4 Beperkingen van het Broeikaseffect. Deze is -20ºC. De gemiddelde druk van de troposfeer kunnen we bepalen met een barometrische calculator die ik op het internet heb gevonden. De gemiddelde druk is dan ongeveer 46000 Pa. Hiermee is het niet moeilijk meer om het molair volume voor een ideaal gas in de troposfeer vast te stellen op 45,7 liter.  Hiermee kunnen we het volume van de CO2 emissie vaststellen op  0,815 x 1015 mol x 45,7 l en dat geeft dus een volume van 37,24 x 1015 liter. Deze hoeveelheid vermengt zich met de inhoud van de troposfeer. Nu hebben we alleen nog het volume nodig van de troposfeer.

Volume troposfeer

De troposfeer is de onderste laag van de atmosfeer. Hier speelt zich het weer af en hierin vindt de emissie van kooldioxide plaats. Het is dus de inhoud of volume die nodig van de troposfeer. De troposfeer is een schil die rond het oppervlak van de Aarde ligt. Het oppervlakte van de Aarde is, zo als we al zagen in artikel 1 Het broeikaseffect, gelijk aan 4 x π x r2 . De straal van de Aarde is ca. 6371 km. De hoogte van de troposfeer verloopt van ca. 9 km hoogte op de Polen tot ca. 17 km op de evenaar. Als je dit alles in de rekenformule stopt kom je uit op een volume van de troposfeer van ca. 6,63 x 109 km3. Een km3 is 1000x 1000 x 1000 x 1000 = 1012 liter. Het totaal aantal liters van de troposfeer bedraagt dan 6,63 x 1021 liter. Nu hebben we, eindelijk alle gegevens die nodig zijn om de CO2 emissie in kiloton (gewicht) om te zetten in ppm (volume).

Het resultaat

 Het resultaat van de berekeningen is als volgt: Het volume van de kooldioxide emissie is nu bekend en dat delen we door het volume van de troposfeer. Dus 37,24 x 1015 l delen we door  6,63 x 1021 l en dat geeft 5,61 x 10-6. Dat is dus 5,61 deeltjes per miljoen of te wel 5,61 ppm. De toename van kooldioxide in 2013 kunnen we aflezen uit de tijdreeks van de Keeling curve. Deze bedraagt 2,48 ppm. De emissie is veel groter dan de toename. En dit zou in principe afdoende bewijs moeten zijn. Als wij mensen verantwoordelijk zijn voor de emissie en deze groter is dan de toename van kooldioxide in de troposfeer moet het restant ergens blijven en dat is de rest van de Aarde. Deze neemt netto kooldioxide op en kan dus niet verantwoordelijk zijn voor de toename van kooldioxide in de troposfeer. Deze is echt antropogeen dat wil zeggen door de mens veroorzaakt.

Nog een laatste opmerking. De formule voor de afleiding van het molair volume geldt alleen voor een ideaal gas. Voor echte gassen als kooldioxide in atmosferische omstandigheden is het bruikbaar als benadering. Het echte molair volume zal iets lager liggen. Hoeveel weet ik niet maar het zal niet veel verschil maken. De gemiddelde druk van de troposfeer is vrij laag en dan voldoet de formule redelijk goed. We blijven bij onze aanname. Bij benadering is kooldioxide een ideaal gas. Hiermee is aangetoond dat de toename van kooldioxide in de troposfeer antropogeen is. De meeste klimaatwetenschappers gaan hier van uit. We sluiten ons bij deze meerderheid aan.

Literatuurlijst;

 

Geplaatst in artikel | Tags: , , , | 4 reacties

Mijn paashaas en ik

Er was eens een paashaas
Een mooier exemplaar bestond er niet
Maar nu is hij dood, helaas

Overleden, in stukken gehakt
Een onvoorstelbaar bloed vergiet
Zijn hoofd er finaal afgehakt

Hoe heeft dit kunnen gebeuren?
Midden in de vastentijd, verdriet
Ik zal nog lang om hem treuren

Hij was niet erg aaibaar
Het echter wel onweerstaanbaar
Hij was van chocola…

Geplaatst in gedicht | Tags: | 4 reacties

De toename van het kooldioxide-gehalte in de atmosfeer is antropogeen – Deel 1

Een bewering die vaak wordt gedaan. Maar hoe weten we nu zo zeker dat dit inderdaad zo is? Er is onderzoek gedaan en er zijn allerlei metingen gedaan. Ongetwijfeld is dit het geval en daar heb ik ook nooit aan getwijfeld maar hoe kunnen we nu zo zeker zijn dat de toename van het kooldioxide-gehalte in de atmosfeer antropogeen is, dat wil zeggen door de mens veroorzaakt? Laten we ons eerst bezighouden met de vraag of het CO2-gehalte in de atmosfeer is gestegen? Onderstaand plaatje geeft antwoord op deze vraag.

mlo_full_record

Figuur 1. Het kooldioxide-gehalte in de atmosfeer.

Sinds het begin van de metingen in 1958 is het gehalte aan CO2 in de atmosfeer duidelijk gestegen. Het was ca. 315 parts per miljoen (ppm) en het opgelopen naar ca. 405 ppm. Dit is een stijging van maar liefst 29 %. Maar over de oorzaak van deze stijging kan het plaatje niets zeggen. Ook niet of dit ongekend veel of snel is. Het volgende plaatje kan ons iets meer zeggen over het laatste.

5_2_13_news_andrew_co2800000yrs

Plaatje 2 Het CO2-gehalte in de atmosfeer over de afgelopen 800.000 jaar

De stijging van het CO2-gehalte in de atmosfeer is ongekend. Het is in 800.000 jaar niet zo hoog geweest. Maar ook dit plaatje kan ons niets zeggen over de oorzaken. Misschien dat het volgende plaatje ons wel iets over de oorzaak van deze ongebruikelijke stijging van het CO2-gehalte kan zeggen.

co2-mona-loa-ipcc

Figuur 3.  Aanvullende informatie over CO2 in de atmosfeer.

Uit het bovenste deel van de grafiek blijkt uit metingen dat in dezelfde periode dat het kooldioxide-gehalte van de atmosfeer steeg het zuurstof-gehalte van de atmosfeer daalde. Dat komt overeen met het verbranden van koolstofhoudende materialen. De algemene formule luidt als volgt:

C + O2 -> CO2 + warmte

Dit is de essentie van verbranding van koolstof (C). Je neemt een molecuul zuurstof (O2) en vervangt het door een molecuul kooldioxide (CO2). Het gaat om de warmte. Met behulp van een machine kun je dit nuttig gebruiken voor elektriciteit, verwarming en transport. Dat is waar de meeste (fossiele) brandstof voor wordt gebruikt. We weten nu dat de ongekende stijging van het CO2-gehalte van de atmosfeer samenhangt met verbranding van koolstofhoudend materiaal. Dat kan fossiele brandstof zijn zoals kolen, aardgas en aardolieproducten als kerosine, benzine, diesel en stookolie.

Uit het onderste deel van de grafiek kun je aflezen dat het verbruik van fossiele brandstof in deze periode flink is toegenomen. Ook blijkt dat de verhouding tussen de koolstofisotopen koolstof 12 en koolstof 13 gewijzigd is. Ook dit wordt gezien als een indicatie dat het de mens is die verantwoordelijk is voor de toename van het CO2-gehalte in de atmosfeer.

Maar is de bewijsvoering nu rond? Voor de meeste klimaatwetenschappers vermoedelijk wel. Het is verbazend hoe groot de overeenstemming (consensus) is en was tussen klimaatwetenschappers. In de voorlichtingsfilm uitgebracht door Shell “”Climate of Corcern””bestond die consensus al en dat is alweer 30 jaar geleden. Met andere woorden dit is geen verzinsel van klimaatactivisten als Al Gore en Greenpeace. Hiermee wil ik dit eerste artikel afronden. In het volgende artikel wil ik een poging doen om aan te tonen dat het verbranden van fossiel brandstof ruim voldoende is. Hier toe ga ik proberen om de emissie van kooldioxide in tonnen om te zetten in equivalenten parts per milion (PPM). Dit laatste is een volumemaat. Het is een kwestie van veel rekenwerk en veel werk om dit goed weer te geven.

De film kunt u op deze Climate of Corcern bekijken. Ik kan het u aanbevelen. De film duurt ca. 28 minuten.

Literatuurlijst 

IPCC AR4 Physical Science Basis

CO2 Keeling Curve – Scripps Institute

Geplaatst in artikel | Tags: , , , , | 2 reacties

Een tweede reeks van artikeltjes

De webmaster van deze blog is voornemens een tweede reeks van artikeltjes te publiceren. Net als de vorige reeks komt ook deze reeks voort uit een verzameling van veelal losse notities die ik de afgelopen maanden heb verzameld in mijn nimmer eindigende speurtocht naar het klimaat en dan met name de klimaatverandering. Deze reeks gaat niet zozeer over het broeikaseffect maar over het broeikasgas kooldioxide ook wel CO2 genoemd.

In het eerste artikeltje gaan we bekijken of het mogelijk is om aan te tonen dat de toename van kooldioxide inderdaad door de mens is veroorzaakt dus antropogeen is. Daarvoor kijken we naar de emissies in gewicht en rekenen dit om naar volume. Zo komen we van tonnen CO2  naar p.p.m.v dat wil zeggen het aantal deeltjes per miljoen. Dat is de eenheid waarin het CO2 gehalte in de atmosfeer wordt weergegeven. Hiervoor gebruiken we het begrip molair volume. Dat is het volume dat 1 mol kooldioxide inneemt onder atmosferische condities.

Het tweede artikel is een poging om te zien of we de toename van het CO2 gehalte in de atmosfeer kunnen beschrijven met een heel simpel model waarin we de CO2 emissies gebruiken en kijken wat er gemiddelde van blijft hangen in de atmosfeer. Dit deel dat blijft hangen wordt ook wel de airbornfractie genoemd. We zullen kijken of het model goed voldoet. Dat wil zeggen goed genoeg om een derde artikel hier aan toe te voegen.

In het derde artikel worden een aantal scenario’s verkend over mogelijke CO2-emissies en hoe zich dit vertaald naar het toekomstige CO2 gehalte van de atmosfeer voor veel genoemde tijdstippen als halverwege deze eeuw en het einde van deze eeuw. De scenario’s zijn doorgaan zoals het de afgelopen zestig jaar is gegaan, beperking van de emissies op huidig hoog niveau en een schatting van wat nodig is om de stijging van het CO2 gehalte tot staan te brengen. Omdat, zoals in de reeks artikeltjes over het broeikaseffect is aangetoond, kooldioxide een broeikasgas is, zal een stijging van het CO2 gehalte leiden tot een verdere temperatuurstijging. Althans daar is 97 tot 99 procent van alle klimaatwetenschappers van overtuigd en wie ben ik om dat niet te vinden.

Dit is de reeks die ik het komende halfjaar hoop te publiceren. Je moet er wel de tijd en gelegenheid toe hebben. Tot nu toe is dit redelijk gelukt.

Geplaatst in artikel, opmerking | Tags: , , | 2 reacties

Zoals belooft een nieuw gedicht.

Op de vlucht!

Exoten uit ontheemde landen
Neerstrijkend op vreemde stranden
Ze trekken in grote getale
Geruchten doen zingend hun verhalen

Ze overtreden grenzen en wetten
Kan dan niemand dit beletten
Sommigen kunnen niet eens vliegen
Ze doen niets dan liegen en bedriegen

OK, ze zijn dan op de vlucht
te land, te zee en door de lucht
Maar bij God en al zijn geboden
Dit is toch hartstikke verboden

Wat moeten we toch met al die vogels
Trakteer ze op schroot, haat en kogels
Aldus sprak de borreltafelende man.

Mijn inzending voor de Willem Wimink dichtwedstrijd 2016

 

Geplaatst in gedicht | Tags: , , | 1 reactie