Rubriek temperatuur anomalie februari 2021

De maand februari 2021 is weer voorbij dus is het weer tijd voor een update van de rubriek temperatuur anomalie. Hadden we in november nog record waarden in positieve zin voor globaal, het noordelijk halfrond en het noordpoolgebied, in februari hadden we records in negatieve richting voor globaal, het noordelijk halfrond, het noordpoolgebied en de tropen. Er vond een snelle afkoeling plaats op Aarde. Er leek een link naar de koude inval in Texas. Ik verwachte dus toen die weer voorbij was een snel herstel maar dit is uitgebleven. De waarden bleven laag. Vermoedelijk is er een link met het La Nina verschijnsel. Dat betekent dat het nog enkele maanden kan duren voor er herstel optreedt. Dat wordt dan ergens in de zomer. Maar de huidige el Nina is niet buitengewoon sterk dus kan er ook iets anders aan de hand zijn en kan het ook langer duren voor er herstel zal zijn. Daar valt nu niet zo heel veel over te vertellen.

Laten we beginnen met het weergeven van de tijdreeks voor de statistieken van globale temperatuur anomalieën. Dat ziet er als volgt uit;

De afkoeling van de Aarde heeft zich voortgezet. Het is al vanaf november vorig jaar dat dit begint. Toen hadden we nog topwaarden voor de temperatuur afwijking. Maar inmiddels zijn die nu een stuk lager. We hebben zelfs de eerste waarde globaal onder nul te vermelden. Hoever en hoelang zal de daling voortduren? Dat weet ik niet. Dat zal de toekomst ons leren. Waarschijnlijk is dit slechts korte termijn ruis op het opwaartse signaal van de opwarming van de Aarde. Het CO2-gehalte van de atmosfeer is nog steeds heel hoog. De emissies zijn iets minder maar nog altijd veel te hoog om echt een omslag te maken op de langere termijn.

Laat ons vervolgens eens gaan kijken naar de gemiddelde waarden voor de regio’s en kijken wat dit plaatje oplevert;

Het is vooral noordpoolgebied waar de temperatuur anomalie veel lager uitvalt. Wat opvalt is dat de waarden voor alle regio’s dicht bij elkaar liggen en allemaal aan de lage kant zijn. Vindt hier een omslag plaats van een stijging met veel hogere stijging voor de poolgebieden naar een situatie met een daling en een nog lagere daling van de poolgebieden? Klimatologen hebben al eerder vastgesteld dat de poolgebieden veel heftiger reageren op opwarming of afkoeling dan de rest van de wereld. Men noemt dit verschijnsel polaire amplificatie dat is dus een versterking van een trend oplevert in beide richtingen.

Laat ons nu eens kijken voor de statistieken van de regio’s. Omdat sinds de recordwaarden een november een flinke afkoeling plaatsvond is het interessant om de plaatjes vanaf november weer te geven. De verticale schaal is voor alle plaatjes hetzelfde. Dan kan men beter zien hoe de gemiddelde waarden omlaag gaan maar ook de spreiding rond het gemiddelde een stuk lager uit valt;

Ik heb ook een set van plaatjes voorbereid waarin men zien kan hoe in de maanden zelf de temperatuur afwijkingen sterk gedaald zijn en de spreiding rond het gemiddelde een stuk kleiner uitvalt.. Dat ziet er als volgt uit;

Ook hier kan men goed zien hoe de daling van de temperatuur afwijking voor zo’n beetje alle regio’s inzet en dat ook hier de waarden van de regio’s steeds dichter op elkaar kruipen. Het is niet een specifieke regio die verantwoordelijk is voor de daling maar het is het best te zien in het noordpoolgebied omdat daar de waarden in november vorig jaar wel bijzonder hoog waren. Daar is inmiddels niet veel meer van over.

De daling van de temperatuur anomalieën kan samenhangen met het la Nina verschijnsel maar onderstaand plaatje laat zien dat deze la Nina niet bijzonder sterk is en inmiddels al weer op de terugweg lijkt te zijn;

Is er misschien iets meer aan de hand? Geen idee maar de toekomst zal het ons leren. Dit was het weer voor de update van de rubriek temperatuur anomalie voor de maand februari 2021. De meteorologische winter is inmiddels voorbij en het voorjaarszonnetje straalt ons vrolijk tegemoet.

Geplaatst in opwarming, Rubriek, temperatuur anomalie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Rubriek duurzaamheid – luchtvervuiling

Vandaag in de rubriek duurzaamheid aandacht aan luchtvervuiling. Luchtvervuiling is een groot probleem. Niet alleen in opkomende industrielanden maar net zo goed in de lage Landen aan Zee. Luchtvervuiling verminderd de levenskwaliteit van degenen die er aan bloot worden gesteld en verminderd de levensverwachting. Het onderwerp is nauw verwant aan klimaatverandering. We zien het zelfde probleem; Overheden maken allerlei plannen, meest heel ambitieus, maar dan komt de uitvoering. Dan blijkt dat allerlei ondernemers en industrieën er last van hebben als de maatregelen nodig om de doelen te behalen daadwerkelijk moeten worden ingezet. Meestal besluit men dan dat het niet zo urgent is en doet men heel weinig. De luchtvervuiling blijft zo bestaan terwijl het probleem wel degelijk oplosbaar was geweest. Maar aan het daadwerkelijk oplossen van het probleem hangt een prijskaartje. Het mag niet te veel geld kosten dus doet men ook tegen luchtvervuiling maat heel weinig en blijft het probleem voort bestaan. Het geen betreurenswaardig is en en goed georganiseerd land onwaardig. De belangen afweging is te eenzijdig gericht op economische belangen en niet of nauwelijks op de gevolgen voor de volksgezondheid.

Een serie links over luchtvervuiling uit de Nederlandstalige mainstream online nieuws sites;

Kritiek op houtkachel zwelt aan: kun je nog verantwoord stoken?

Stookalert voor Groningen en Drenthe: laat houtvuur uit

Artsen waarschuwen voor vuurkorf: “Ramp voor je longen”

Studie: Luchtvervuiling vergroot kans op onvruchtbaarheid aanzienlijk

Een op de vijf sterfgevallen in 2018 veroorzaakt door luchtvervuiling

Nieuwe studie: 15 procent van coronadoden gelinkt aan luchtvervuiling

Zwarte sneeuw bedekt duinen bij Tata Steel: “Normaal zie je vervuiling niet zo duidelijk”

OM wil Tata Steel vervolgen om stofuitstoot

Omwonenden Tata Steel: ‘Stank is in de slaapkamer van mijn kind te ruiken’

Tientallen omwonenden klagen Tata Steel aan voor het schaden van de gezondheid

Overname Tata Steel door Zweden van de baan, gebrek aan duurzaamheid

Tata Steel steekt 300 miljoen in aanpak stank- en stikstofoverlast IJmuiden

Asfaltfabrieken stoten te veel kankerverwekkend benzeen uit

Luchtkwaliteit verbetert amper in lockdown: “Fijnstof aanpakken wordt steeds moeilijker en duurder”

Bonus voor de luchtkwaliteit door corona is bijna helemaal weggesmolten

Luchtvervuiling China weer op niveau van voor corona. En Europa volgt

Bijna een vijfde van de Indiërs overlijdt door luchtvervuiling

Onderzoek: Vervuilde lucht in 2019 doodsoorzaak van half miljoen baby’s

Nieuw rapport bepaalt grootste gezondheidsrisico voor de mens. En het is geen virus

‘Brits meisje geeft anonieme luchtvervuilingsslachtoffers een gezicht’

Kun je zelf je blootstelling aan luchtvervuiling verminderen?

Nederland loopt voorop bij schonere luchtkwaliteit

Het is niet dat er niets gebeurt maar er is zo vel meer nodig wil het een effect hebben. De wil is er maar nu nog de uitvoering. De lock down als gevolg van corona gaat het probleem uiteindelijk niet oplossen. Dat is maat tijdelijk. Er zijn gerichte maatregelen nodig om het probleem van luchtvervuiling aan te pakken.

Geplaatst in corona, duurzaamheid, luchtvervuiling, Rubriek | Tags: , , , , , , | 3 reacties

Rubriek energie transitie februari

Het is weer eens tijd voor een update van de rubriek energie transitie. Deze keer gaan we het hebben over CO2-emissies, de toename van het CO2-gehalte en de link met de opwarming van de Aarde.

Door de lock down maatregelen heeft de economie grote klappen gekregen. In veel landen heeft men de ergste recessie sinds het begin van de registratie. Daardoor wordt er veel minder fossiele brandstof verbruikt en dit leidt dan weer tot veel lagere CO2-emissies. Toch stijgt het CO2-gehalte nog steeds en dit zou dan weer moeten stijgen van de temperatuur-anomalie. Tenminste in een situatie van if all things are equeal. Aan deze voorwaarde wordt in de praktijk zelden of nooit voldaan. Vooral op de lange termijn veranderd alles tegelijk. Dit maakt het allemaal minder duidelijk dan dat het in principe is. Toename van het CO2-gehalte hoort tot opwarming van de Aarde te leiden maar dat is niet altijd duidelijk. Er is veel ruis op het signaal van de opwarming van de Aarde en deze ruis is niet willekeurig. Er zijn allerlei schommelingen in het weer zoals het verschijnsel van El Nino en la Nina. Op het moment hebben we La Nina condities en dit brengt lagere temperaturen met zich mee. Er zijn een reeks van deze schommelingen en sommige zijn multi-decadaal, dat wil zeggen at het decennia kan duren voor een bepaalde situatie weer veranderd. Maar voor ik te veel uitweidt over de theorie van de opwarming van de Aarde eerst een serie links over het CO2 uit de Nederlandstalige mainstream online nieuws sites;

Verontrustende studie: door smeltende permafrost komt wellicht veel meer koolstof vrij dan gedacht

‘Slapende reus’ ontwaakt: voor het eerst bewijs dat methaan vrijkomt in IJszee

Voor het eerst methaanlek ontdekt op zeebodem Antarctica

Uitstoot broeikasgassen en vervuilende stoffen blijft dalen

Onze uitstoot daalde hard, maar de klimaatcrisis is niet weg (integendeel)

Afname CO2-uitstoot in 2020: warmt de aarde nu echt minder op?

CO2-uitstoot van armen gedaald, van rijken gestegen

Oxfam: Vooral armere Europeanen dragen bij aan afname CO2-uitstoot

Klimaatvraag: Hoe kan de CO2-concentratie ‘ondanks corona’ stijgen?

Uitstoot van broeikasgassen daalde in EU vorig jaar met 3,7 procent

Hoe groot is nu precies effect van coronacrisis op klimaatopwarming?

VN: recordhoeveelheid broeikasgas ondanks maatregelen coronavirus

Waarom stoot een Amerikaan meer CO2 uit dan een Europeaan?

CO2-uitstoot fors gedaald, behalve in één land

Chinese CO2-uitstoot inmiddels hoger dan voor de coronacrisis

‘Rijkste 1 procent stoot dubbel zoveel CO2 uit als armste 50 procent van de wereld’

Een vijfde van wereldwijde CO2-uitstoot veroorzaakt door paar multinationals

‘CO2-uitstoot van 13 grootste melkveehouders even groot als die van het hele Verenigd Koninkrijk’

Onderzoek: Coronacrisis leidt tot grote CO2-daling, maar het is niet genoeg

Rapport: Op lange termijn kan coronacrisis leiden tot hogere CO2-uitstoot

Uitstoot CO2 nooit meer zo hoog als in 2019

Natuurlijke schommelingen CO2-concentratie veel kleiner dan huidige stijging

Aarde minder snel opgebruikt: voor het eerst valt Earth Overshoot Day later

Potentieel tienduizend oude boorlocaties Noordzee lekken methaan

Dit zijn de meest klimaatvervuilende gebieden van Europa

Er zit nu evenveel CO2 in de lucht als miljoenen jaren geleden (toen het 3 graden warmer was)

CO2-uitstoot China piekt weer na coronacrisis: meer dan jaar eerder

Het beeld is duidelijk. De uitstaat van CO2 is verminderd maar het gehalte aan CO2 is toegenomen. Het hoort warmer te worden maar er is veel ruis op de trend van de opwarming. Daarom wil ik u het volgende plaatje niet onthouden. Het is van de website van Climate Reanalyzer. Dit is een website waar ik wel vaker gebruik van heb gemaakt;

Het plaatje geeft de temperatuur anomalie weer van de Aarde en een reeks regio’s waarin je de aarde kunt opdelen. Zoals al eerder uitgelegd is temperatuur anomalie de afwijking van een bepaalde periode, in dit geval dinsdag 16 februari 2021 ten opzichte van alle andere 16e febrauri’s in de basisperiode 1979-2000. temperatuur anomalie wordt gebruikt als een maat voor de mate waarin de Aarde de afgelopen decennia is opgewarmd. Het gaat om de statistieken onder aan het figuur; World 0,0° C. Met andere woorden de opwarming van de Aarde is opeens voorbij. Hoe kan dit nu. Het gehalte aan CO2 was nog nooit zo hoog? Wel er is veel ruis op de trend zoals het volgende plaatje van de zelfde website laat zien;

Ook dit plaatje geeft de temperatuur anomalie weer ten opzichte van de zelfde basisperiode. Maar deze keer de afwijking van de afzonderlijke maanden ten opzichte van deze maanden tijdens de basisperiode. Er is veel ruis op de stijgende trend die al vanaf 1975 onafgebroken gestegen is. Maar hoewel de huidige daling beslist bijzonder is is het niet uniek. Dit gebeurde wel vaker. Meestal sprongen de temperaturen weer snel terug naar het hogere niveau en ging de opwarming van de Aarde gewoon door. Mar deze ruis op het signaal is niet volledig willekeurig. Op het moment heerst een La Nina en dit zorgt voor lagere temperaturen. Dit kan in een paar maanden weer voorbij zijn maar er zijn meer schommelingen en sommigen duren decennia. Het kan dus ook veel langer duren. We weten het gewoon niet. Maar de onderliggende trend van het almaar stijgend CO2-gehalte is niet verdwenen. Daarvoor is veel meer inspanning nodig en dit over veel langere tijd. Daar zijn maatregelen voor nodig en het is uiteindelijk aan de politiek om deze maatregelen in werking te zetten.

In de rubriek temperatuur anomalie zal ik nog nader ingaan op de huidige periode van globale afkoeling die op het moment plaats vindt.

Geplaatst in artikel, corona, energie transitie, opwarming, Rubriek, temperatuur anomalie | Tags: , , , , , , | 1 reactie

The Beast of the East

Hadden we in januari voor het eerst in jaren weer eens wat sneeuw. Nu hebben we opeens een echte inval van de winter. Een echte sneeuwstorm uit het Oosten of te wel zoals ze in Engeland zeggen; The Beast from the East. Het begon met code rood en dit is ook hoe het eindigt. Het was heel koud, er viel massa’s sneeuw, de stookkosten rijzen de pan uit en het Openbaar Vervoer kwam vrijwel tot stilstand. En je zou het bijna vergeten een heleboel sneeuw en ijspret. Er werd volop geschaatst en sleetje gereden. Een serie links uit de Nederlandstalige mainstream online nieuws sites;

Het komt er aan. De weermensen lopen zich al warm;

02/02 – Weermannen: er komt veel sneeuw

03/02 – Streng winterweer ligt op de loer: mogelijk ijsdagen en dik pak sneeuw

03/02 – Staartje Russische kou op weg naar Nederland, schaatsen niet gegarandeerd

04/02 – Winterweer op komst: vanaf weekend vorst en lokaal 20 centimeter sneeuw

04/02 – Gevoelstemperatuur zondag tot -20: ‘Het wordt bar, guur en gevaarlijk’

04/02 – Run op schaatsen en sleeën: Nederland maakt zich op voor de kou

05/02 – Weermannen weten het zeker: ’historische hoeveelheid’ sneeuw, sneeuwstormen en -10°C!

05/02 – Gevoelstemperatuur zondag -20 en mogelijk sneeuwduinen: wees voorzichtig

Men begint vast met het nemen van voorzorgsmaatregelen;

05/02 – Coronaproof schaatsen op natuurijs: dit zijn de regels

05/02 – Bijna alle testlocaties in Rotterdam-Rijnmond blijven zondag en maandag dicht

05/02 – Geen treinverkeer: waarom kan ons spoor niet tegen winterweer?

05/02 – Rutte: geen uitzondering voor schaatswedstrijden op natuurijs

05/02 – Advocaat tipt KNVB: ‘Luister naar weerman en schrap eredivisieduels’

05/02 – Supermarkten zetten extra personeel en auto’s in vanwege winterweer

06/02 – Energieleveranciers verwachten geen problemen door sneeuwval en kou

06/02 – Wanneer is er sprake van een sneeuwstorm (en wat is sneeuwjacht eigenlijk)?

06/02 – Snijdende kou: zo houd je je huis (en jezelf) warm

De eerste sneeuwvlokken vallen en code ROOD wordt afgekondigd;

06/02 – KNMI kondigt code rood af: sneeuwjacht en snijdend koud

06/02 – Sneeuw en fikse vrieskou: hoe uitzonderlijk is dit winterweer voor Nederland?

06/02 – Een wit pak? In heel Europa valt rode ‘bloedsneeuw’

06/02 – Natalia uit Siberië: ‘Nederlandse horrorwinter is niets vergeleken met de Siberische kou’

07/02 – Voor het eerst in ruim tien jaar een sneeuwstorm in Nederland

07/02 – Minder vluchten op Schiphol door sneeuw, Eindhoven Airport dicht

07/02 – Meeste sneeuw tot nu toe in het oosten, treinverkeer vrijwel volledig plat

07/02 – Het is écht koud: gevoelstemperatuur vandaag tot -18 graden

07/02 – Ongelukken, pechgevallen en bomen op snelwegen

Het wordt geleidelijk minder en men past zich snel aan;

07/02 – Sneeuwpret ondanks harde wind, teleurstelling in het noorden en zuiden

07/02 – De wereld is wit, en dus denken we (voor even) niet aan corona

08/02 – Weerbericht: Code oranje, opnieuw sneeuw en lage gevoelstemperaturen

08/02 – Bevoorrading supermarkten verloopt goed ondanks winterweer

08/02 – Nachtwerkers: zout strooien tegen gladheid is nu topsport

08/02 – Sneeuwjacht zet door: hinder op het spoor en gesloten basisscholen

Schaatskoorts steekt de kop op maar helaas;

07/02 – Organisatie Elfstedentocht Nederland drukt hoop de kop in: “Zit er sowieso niet in tijdens deze pandemie”

08/02 – Het is al koud, en het wordt nog kouder: ‘Perfect natuurijsweer’

Allerlei nieuwtjes en weetjes en vragen;

07/02 – Hebben vrouwen echt koudere handen en voeten dan mannen?

07/02 – Waarom je beter niet je stoep sneeuwvrij kunt maken

08/02 – Last van wintertenen en winterhanden? Dit kun je er tegen doen

08/02 – Winterweer beïnvloedt ook maandag het openbare leven

08/02 – Dakloze Paul slaapt dankzij donaties hele week in hotel: ‘Hij moest een traantje laten’

08/02 – Het blijft nog minstens een week ijskoud

08/02 – Winters weer houdt aan: flink koud, meer zon en eind deze week natuurijs

08/02 – We kunnen deze week al schaatsen, maar wanneer, waar en hoe lang?

08/02 – Cv-ketelmonteurs platgebeld, komen alleen bij acute problemen

08/02 – ‘Voor het eerst in 30 jaar stonden onze vrachtwagens stil’

08/02 – PostNL: bezorgen van pakketten onmogelijk in delen van het land

08/02 – Doorn heeft de primeur: de ijsbaan is open

08/02 – Een week vol ijsdagen en kans op een heuse “koudegolf”: hoe komt dat? En hoe uitzonderlijk is dat?

09/02 – Elfstedentocht met alleen wedstrijdrijders ook definitief uitgesloten

09/02 – Voor het eerst sinds 2013 zeer strenge vorst, pinguïns naar binnen gehaald

09/02 – Meeste wegen weer volledig begaanbaar, NS laat sprinters rijden

09/02 – Met min 15,4 graden in Achterhoek koudste nacht in ruim acht jaar

09/02 – ‘Heel Friesland wil de schaatsen uit het vet’

09/02 – Even praktisch: doe dit wel (en niet) nu er nog sneeuw ligt

09/02 – Help de tuinvogels een handje, ‘zodat we in het voorjaar nog iets te zien hebben’

Maar de vreugde zal van korte duur zijn. Geniet er van nu het nog kan. Wie weet hoe lang je moet wachten tot er weer een echte winter is in de lage landen aan Zee;

09/02 – De pluim is veranderd: dooi vanaf het weekeind

09/02 – Binnenkort gaan we glibberen op natuurijs – maar hoe kan het eigenlijk dat ijs glad is?

09/02 – In beeld: koude winterdag leverde prachtige weerfoto’s op

10/02 – ‘We willen de stress van de afgelopen weken van ons af schaatsen en sleeën’

10/02 – Koude nachten met temperaturen ver onder het vriespunt op komst

10/02 – Invasie van vogels in de Biesbosch vanwege kans op voedsel

10/02 – Vorstschade aan wegdek leidt tot files in het hele land

10/02 – Het blijft bibberen de komende dagen, “maar een officiële koudegolf wordt moeilijk”, zegt weerman Frank Deboosere

11/02 – Geen landelijke koudegolf meer mogelijk, temperatuur in De Bilt 0,0 graden

11/02 – Lesgeven met open ramen ondanks de vrieskou: ‘We springen heel wat af’

11/02 – Nog een paar bitterkoude dagen, volgende week lijkt de winter voorbij

11/02 – Prachtig winterweer: “De zon doet goede zaken vandaag”

11/02 – ‘Sneeuwpret lijkt mentale zuurstof waar we laatste tijd naar op zoek waren’

12/02 – Jaarlijkse kans op een Elfstedentocht neemt af richting 1 procent in 2050

12/02 – Stralend, maar berekoud weer: drie dagen schaatspret

12/02 – Schaatsen kan komende dagen nog: na het weekend gaat het dooien

12/02 – Zoevende ijzers en eng gekraak, maar geen chaos op het ijs in Loosdrecht

13/02 – Spoedeisende hulpartsen druk met gevallen schaatsers, wachttijden lopen op

13/02 – Mark en Guido schaken in een wak: ‘We moeten onszelf uitdagen’

Maar aan alle pret komt een keer een eind;

12/02 – Risico op schade aan huizen als dooi intreedt

13/02 – Vandaag nog steenkoud, volgend weekend mogelijk plus 15 graden

13/02 – Nog een dag ijspret, maandag zet dooiaanval in en stijgt de temperatuur snel

13/02 – Van -15 naar +15 graden: volgend weekend lente?

14/02 – Vanmiddag dooi en dan zal het hard gaan

15/02 – De lente komt eraan: ’17 graden, en de zon komt tevoorschijn’

Het eindigt zoals het begon. Met code Rood;

14/02 – KNMI: morgen code rood vanwege gladheid door ijzel

15/02 – Conclusies na een unieke schaatswinter: ‘Het was gewoon een raar seizoen’

Wat heeft deze inval van de kou duidelijk gemaakt. Eerstens dat we in een land wonen waar de dingen goed geregeld worden. We waren goed voorbereid en dat terwijl dit soort kou maar eens in de 10 a 15 jaar voorkomt. Ten tweede dat het een aantal jaren wel heel zacht weer is geweest tijdens de winters. Het was een op zich vrij gewone winter en we hebben genoeg gelegenheid gehad om een beetje sneeuw en ijspret te hebben. Leven is wat je er van maakt. Je moet het weer nemen zoals het komt. Nu is het weer terug naar zacht kwakkelweer. Maar het voorjaar komt er aan. Op 1 maart begint de meteorologische Lente.

Geplaatst in opmerking, Rubriek | Tags: , , , , , , | 1 reactie

Deel 8b – De vier seizoenen

Deel 8b – De vier seizoenen – Nut en noodzaak

Een overzicht van de serie;

Waarom neemt het verschil tussen dag en nacht toe
Brightening vooraf gegaan door dimming
Dimming en brightening getest met het BEST databestand
Deel 1 – De opwarming van de Aarde
Deel 2 – De toename van CO2
Deel 3 – Het verband tussen CO2 en de opwarming van de Aarde
Deel 4a – Broeikaseffect ja of nee
Deel 4b – De opwarming van de Aarde verklaard
Deel 5 – Een 5 zone model van de aarde
Deel 6 – Modelvorming en dataverzameling
Deel 7 – De simulaties en de verklaring van de opwarming
Deel 8a – De vier seizoenen – Model en dataverzameling

Inleiding

Deel 8b is het tweede onderdeel van deel 8 – De vier seizoenen. Het zou veel te veel van het goede zijn geweest om alles in 1 deel te willen afhandelen. Vandaar de opsplitsing van deel 8 in twee onderdelen. We beginnen met het corrigeren van wat storende foutjes die er in geslopen zijn door het veelvuldig toepassen van copy en past in de primaire databestand. Vervolgens geven we wat algemene informatie over de vier seizoenen. Dan gaan we de vier seizoenen ieder voor zich bekijken. We sluiten dit af met een samenvatting. We kijken wat de waarde is van de relevante variabelen voor het gemiddelde berekend over de vier seizoenen en vergelijken dit met het jaargemiddelde en sluiten het geheel af met de conclusie dat het niet alleen heel interessant is om de seizoenen te onderzoeken maar dat dit gewoon noodzakelijk is als je begint met opsplitsen van het globale model in breedtegraden. Het een is niet mogelijk zonder het ander, anders krijg je gewoon een verkeerd beeld van het geheel. Het zal nodig zijn om de berekeningen voor zowel deel 6 als wel deel 7 over te doen. Daarbij is het mogelijk dat ook de conclusies over moeten. Het is niet anders. Zo gaat dit met onderzoek. We sluiten het geheel af met een literatuurlijst.

Enige correcties

Voor we met Deel 8b kunnen beginnen dienen er enkele kleine maar storende fouten te worden gecorrigeerd in de primaire databestand voor deel 8 de 4 seizoenen. In dit bestand wordt berekent per dag de hoeveelheid zonne-energie globaal, bepaald de declinatie en berekent de lengte van de dag uit het tijdstip van zonsopkomst en zonsondergang. Hier zijn wat foutjes ingeslopen en door het veelvuldig toepassen van copy en past zijn ze over de hele tabel verspreid geraakt. Dit dient als eerste gecorrigeerd te worden. Ook in de wetenschap geldt het principe dat wat niet weet ook niet deert. Zolang je geen weet hebt van de aanwezigheid van deze fouten storen ze niet in het minste. Je gaat uit van het principe dat de meeste fouten uiteindelijk wel tegen elkaar weg zullen vallen. Op het moment dat je de fouten vaststelt dien je ze uiteraard te corrigeren. Via copy en past is dat niet eens zo heel veel werk. Voor de conclusies hoeft het niet zo heel veel uit te maken. De primaire tabel wordt immers alleen gebruikt in deel 8a – de vier seizoenen. Uit de uitkomsten per dag worden de gemiddelden per seizoen bepaald. Het levert een correctie op voor tabel 2 – Globale gegevens voor de 4 seizoenen. De correcties bleken alleen nodig voor de herfst. De overige seizoenen en het jaargemiddelde waren wel juist weergegeven. Na de correcties kunnen we verder met de vier seizoenen.


De vier seizoenen

In de kalender die door ons in Europa wordt gebruikt en waarvan we vanzelfsprekend aan nemen dat die door iedereen in de wereld als de enige juiste wordt verondersteld, wordt het jaar opgedeeld in vier seizoenen. Deze seizoenen zijn in volgorde van het jaar de winter, de lente, de zomer en de herfst. Dit is uiteraard alleen waar voor de gematigde gebieden en het poolgebied van het noordelijk halfrond. In de meteorologie heeft men een iets andere kalender maar ook deze gaat ervan uit dat onze meteorologische kalender de enig juiste manier is om het jaar in te delen inclusief de vier genoemde seizoenen. Eigenlijk is dit best wel een beetje arrogant om dit zomaar aan te nemen. Het geeft blijk van een enigszins arrogant Westers standpunt dat wij de meest verlichte en meest beschaafde deel van de wereld zijn en onze opvattingen de enige juiste zijn ook al weten we dat dit voor de klimaatwetenschappen beslist niet waar is. Als het bij ons winter is dan is het in de zuidelijke gematigde gebieden en de zuidpool namelijk zomer. Maar je dient je nu eenmaal te houden aan gemaakte afspraken om spraakverwarring te voorkomen. Je kunt nu eenmaal geen debat houden zonder van te voren afspraken te maken over begrippen en woorden. De volgorde van de seizoenen is eerst de winter, dan de lente dan de zomer en we sluiten af met de herfst. We gebruiken daarbij de meteorologische definities van de seizoenen. Voor ieder seizoen geven we 4 dingen weer. Een tabel die het seizoensgemiddelde weergeeft van de relevante variabelen voor het seizoen. De temperaturen opgesplitst voor de breedtegraden voor het seizoen vergeleken met het jaargemiddelde. Daarbij dien men te te bedenken dat het jaargemiddelde eigenlijk alleen waar is voor de beide equinoxen en het maar afwachten is of het ook klopt voor de overige 363 dagen. Verder vergelijken we de hoeveelheid zonne-energie opgesplitst naar de breedtegraden met het jaargemiddelde. Ook kijken we hoe de hoeveelheid zonne-energie veranderd als we corrigeren voor het verschil in daglengte. Alleen voor de beide equinoxen geldt dat voor alle breedtegraden de dagen overal even lang zijn. De overige 363 dagen is dit beslist niet het geval. Verder vergelijken we het energietransport van breedtegraden met een overschot met die met een tekort aan energie. We hebben in deel 6 al gezien dat de temperatuur uitgesplitst naar de breedtegraad bepaald wordt door zowel de hoeveelheid zonne-energie en door de herverdeling van de tropen die een overschot hebben naar de poolgebieden die een tekort aan energie hebben om de gemiddelde temperatuur daar te kunnen verklaren. Zonder deze herverdeling van zonne-energie van gebieden met een hogere temperatuur naar gebieden met een lagere temperatuur zou de Aarde een stuk kouder zijn. Het is een algemeen principe dat als energie van een gebied met een hogere temperatuur verplaatst wordt naar een gebied met een lagere temperatuur de gemiddelde temperatuur globaal zal stijgen. Dat hebben we in eerder onderzoek vastgesteld en heeft te maken dat het verband tussen energie en temperatuur niet lineair is.
We gaan nu over tot de vier seizoenen en zoals gezegd beginnen we met de winter.

De Winter

Voor het noordelijk halfrond geldt dat in de winter de zon een stuk lager staat en dat de dagen een stuk korter zijn. Beide effecten zorgen er voor dat het noordelijk halfrond maar weinig zonne-energie krijgt.
Het zuidelijk halfrond krijgt juist flink wat extra zonne-energie. Immers daar is het dan zomer en staat de zon een stuk hoger en duren de dagen een stuk langer. Deze effecten zijn vooral goed zichtbaar voor de hogere breedtegraden. Dit komt in de tabel duidelijk naar voren.

Tabel I – gemiddelde waarden voor de relevante variabelen voor de winter

De twee hoogste breedtegraden van het noordelijk halfrond krijgen helemaal geen zonne-energie tijdens de winter. De zon komt niet boven de horizon uit. Uit de formule van Stefan-Boltzmann volgt dan een temperatuur van 0 Kelvin. Dat is het absolute nulpunt en dat is de laagste temperatuur die maar mogelijk is. Dit is de waarde die bereikt wordt in een evenwichtssituatie. Op de maan waar geen enkele vorm van energietransport mogelijk is daalt de temperatuur tijdens de poolwinter tot zo’n 50 K. Het lijkt er op dat de waarden voor deze breedtegraden dus iets te laag zijn. Blijkbaar is er altijd wel ergens nog een klein restje energie dat overblijft tijdens de poolwinter. Hier schiet het model iets te ver door. Toch laten we dit resultaat gewoon staan. Het is niet zinvol om alleen voor deze breedtegraden een afwijkende berekening door te voeren. Een mogelijke bron van energie kan zijn dat er energie vrij komt door het bevriezen van water. Er is energie nodig om ijs te doen smelten dus het omgekeerde zal ook waar zijn. Maar of dit beetje energie zelfs bij benadering in de buurt komt wat nodig is om de veel hogere temperatuur te verklaren voor de poolwinter weet ik niet. Door de declinatie van circa 20° staat de zon het hoogst op de breedtegraad van 20° ZB. Maar na de correctie voor de extra lange dagen voor het zuidpoolgebied is het de 70° ZB die de meeste zonne-energie krijgt. Dat is een enorm verschil met de situatie tijdens de equinoxen. Met als gevolg dat de berekende temperaturen voor het zuidpoolgebied behoorlijk hoog zijn. In feite en stuk hoger dan de gemeten waarden. Antarctica is ook in de poolzomer maar een koud werelddeel. Het ligt door de dikke ijskap een stuk hoger en daardoor is het ook een stuk kouder dan je op grond van de berekening zou verwachten.
Uit de tabel blijkt dat de herverdeling van zonne-energie heel belangrijk is. Als dit net als op de Maan niet mogelijk zou zijn, was de gemiddelde temperatuur op de Aarde een stuk kouder. In het volgende figuur is te zien hoe de temperaturen in de winter verschillen van het jaar gemiddelde;

Figuur 1 – vergelijking van de temperatuur tussen de winter en het jaargemiddelde

De temperatuur verschillen voor het jaargemiddelde en de winter zijn vooral heel groot voor de hogere breedtegraden en dan vooral voor de poolgebieden (de gebieden buiten de blauwe lijnen). In de winter (het noordelijk halfrond) is de temperatuur uiteraard veel lager en in de zomer (het zuidelijk halfrond) veel hoger. Voor de tropen (het gebied tussen de rode lijnen) en de subtropen is er geen groot verschil te zien. Dat hangt uiteraard samen met grote verschillen in zonne-energie voor de hogere breedtegraden zoals het volgende figuur laat zien;

Figuur 2 – Vergelijking van de zonne-energie tussen winter en het jaargemiddelde

Het verschil in zonne-energie is al groot door de declinatie, de zon staat in de winter veel lager in het noordelijk halfrond, maar dit effect wordt nog eens aanzienlijk vergroot doordat de dagen in de winter veel korter duren. Het noordelijk halfrond moet het met veel minder zonne-energie doen terwijl het zuidelijk halfrond juist veel meer krijgt. Het zuidelijk halfrond krijgt zelfs zoveel zonne-energie dat het niet in staat is om alles om te zetten in hogere temperaturen. Het overschot wordt geëxporteerd naar het noordelijk halfrond dat juist veel te kort komt in de winter;

Figuur 3 – vergelijking energietransport van de winter met het jaargemiddelde

Voor het jaar gemiddelde gold dat overschotten aan energie van de tropen naar de poolgebieden werden doorgegeven. Maar voor de winter geldt dat overschotten van het zuidelijk halfrond door geschoven worden naar het noordelijk halfrond. De verschillen in temperatuur tussen het noordelijk en het zuidelijk halfrond zouden extreem groot zijn als dit energie transport niet zou kunnen plaatsvinden. De gemiddelde temperatuur van de Aarde zou dan een stuk lager liggen dan daadwerkelijk het geval is. Opgesplitst naar de seizoenen krijg je voor de winter duidelijk een ander en meer extreem beeld van de verdeling van de zonne-energie en herverdeling ervan over de breedtegraden dan dat je op grond van het jaargemiddelde zou verwachten.
Nu de winter te hebben behandeld is het tijd om een blik te werpen op de lente;

De Lente

Ook voor de lente hebben we een tabel en drie grafieken die het verschil laten zien tussen de lente en het jaargemiddelde. Als eerste hebben we de tabel met de voor de lente relevante variabelen;

Tabel II – gemiddelde waarden voor de relevante variabelen voor de lente

De tabel geeft de gemiddelde waarden aan voor voor de relevante variabelen aan voor de meteorologische lente. De verschillen zijn voor de lente minder extreem dan voor de winter het geval is. Toch blijkt duidelijk dat de lente wel degelijk afwijkt van het jaargemiddelde alleen minder extreem omdat de declinatie slechts de helft is van die van de winter.

Figuur 4 – vergelijking van de temperatuur tussen de lente en het jaargemiddelde

Er is wat temperaturen betreft weinig verschil tussen het jaargemiddelde en het gemiddelde voor de lente. Alleen voor het zuidpoolgebied vinden we een verschil. Het is kouder dan op grond van de hoeveelheid zonne-energie te verwachten zou zijn. Maar dat zal met de hoogte van de ijskap van Antarctica te doen kunnen hebben. Deze is enkele duizenden meters dik en maakt het oppervlakte dus een stuk hoger dan zonder ijskap het geval zou zijn. En hoe hoger een gebied is hoe kouder het zal zijn.

Figuur 5 – Vergelijking van de zonne-energie tussen lente en het jaargemiddelde

Voor de lente is er wat meer zonne-energie voor het noordelijk halfrond. Dit komt door het effect van de declinatie. De zon staat wat hoger boven de horizon. Dit effect wordt nog verder versterkt door dat de dagen wat langer zijn voor het noordelijk halfrond. Voor het zuidelijk halfrond geldt uiteraard het omgekeerde. De zon staat er dan lager en de dagen duren korter.

Figuur 6 – vergelijking energietransport van de lente met het jaargemiddelde

Voor het jaargemiddelde geldt dat er vooral energie wordt herverdeeld van de tropen naar de beide poolgebieden. Voor de lente geldt dat er vooral energie wordt herverdeeld van het noordelijk halfrond naar het zuidelijk halfrond. Wat wel opvalt is dat het noordpoolgebied energie tekort komt.
Met tekort komen bedoel ik dat de temperaturen die in het noordpoolgebied gemeten worden in de lente niet verklaard kunnen worden met alleen maar de hoeveelheid zonne-energie. Er is extra energie nodig die elders vandaan moet komen. Energie kan nu eenmaal niet uit het niets te voorschijn komen. Je kunt het evenmin in het niets laten verdwijnen. Je kunt het slechts verplaatsen van een gebied dat een overschot heeft naar een gebied dat een tekort heeft. De gemiddelde temperatuur van de Aarde zal hierdoor stijgen.

De zomer

Ook voor de zomer heb ik een tabel en drie grafieken., De zomer is het tegengestelde van de winter.
De zon staat nu door declinatie hoog aan de hemel overdag en de dagen duren lang. Hoe hoger de breedtegraad hoe sterker dit effect zal zijn. De zomer is in essentie het tegenovergestelde van de winter. Maar omdat de baan van de Aarde om de zon geen cirkel is maar een ellips en de afstand Aarde tot de zon in de winter korter is dan in de zomer, heeft de Aarde in de zomer minder zonne-energie per breedtegraad dan de winter. We beginnen met het weergeven van de tabel met de gemiddelde waarde voor de relevante variabelen voor de zomer;

Tabel III – gemiddelde waarden voor de relevante variabelen voor de zomer

Wat opvalt aan de zomer is de enorme hoeveelheid zonne-energie die beschikbaar is voor het noordpoolgebied. Zeker als je dit ook nog eens gaat corrigeren voor het feit dat de dagen in de poolzomer heel lang duren. De zon gaat dan immers niet onder. De waarde voor beschikbare hoeveelheid zonne-energie is in de poolgebieden nauwelijks minder dan in de tropen. De gevolgen zijn er ook naar. Verder geldt dat de hoeveelheid zonne-energie globaal zo’n 80 W/m2 kleiner dan in de winter het geval is.

Figuur 7 – vergelijking van de temperatuur tussen de zomer en het jaargemiddelde

In de poolzomer komt de temperatuur zelfs voor de hoogste breedtegraad namelijk die van 85° NB tot 90° NB de temperatuur boven de nul graden Celsius uit. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat er in de poolzomer massa’s ijs en sneeuw die in de poolwinter zijn gevormd weer wegsmelten. Het is eigenlijk een klein wonder dat er nog ijs en sneeuw blijft liggen. Maar de opwarming in de zomer moet in het poolgebied van heel ver onder nul komen en dat duurt dusdanig lang dat de zomer al weer voorbij is voor al het ijs en sneeuw de kans krijgt om te smelten.

Figuur 8 – Vergelijking van de zonne-energie tussen zomer en het jaargemiddelde

In dit figuur is nog beter dan in de tabel te zien hoe ongelofelijk veel zonne-energie het noordpoolgebied krijgt, zeker als je ook nog eens corrigeert voor de daglengte. Dat is meer dan in de tropen het geval is. Maar dit geldt alleen voor de zomer. Gemiddeld voor het hele jaar is dit duidelijk niet het geval. Dan krijgen de tropen wel degelijk veel meer energie dan de beide poolgebieden. Laat ons eens kijken hoe het verhaal er uit ziet voor het energietransport voor de zomer;

Figuur 9 – vergelijking energietransport van de zomer met het jaargemiddelde

Zoals in de winter er een aanzienlijk energietransport plaatsvindt van het zuidelijk halfrond naar het noordelijk halfrond is dit in de zomer uiteraard andersom. Immers als het hier zomer is dan is het daar winter. Het is interessant om te zien dat ook voor het noordpoolgebied geldt dat het meer zonne-energie krijgt dan dat het in temperatuur kan omzetten. Het heeft met andere woorden geen tekort dat aangevuld dient te worden van andere gebieden met een overschot.

De herfst

De herfst is het tegenovergestelde van de lente. Maar de verschillen tussen de herfst en de lente zijn minder extreem dan die tussen de zomer en de winter. De reden is dat de declinatie tijdens de herfst en de lente maar half zo groot is dan die voor de zomer en de winter. Declinatie werkt door in de hoogte van de zon boven de horizon, de lengte van de dag en de mate waarin beschikbare zonne-energie weerkaatst wordt. Het is de combinatie van alle drie deze mechanismen die de tegenstelling vergroot. De verschillen in declinatie komen voort uit de hellingshoek van de as van de Aarde ten opzichte van het vlak van de baan van de Aarde om de zon.

Ook voor de herfst heb ik een tabel en drie grafieken beschikbaar om de verschillen met het jaargemiddelde weer te geven.

Tabel IV – gemiddelde waarden voor de relevante variabelen voor de herfst

De hoogste breedtegraadzone van het noordpoolgebied krijgt ook in de herfst geen zonne-energie. De zon komt dan niet boven de horizon uit. De poolnacht heeft dan al ingezet. Deze duurt hier een halfjaar. Geen prettig oord om te wonen maar dat doet ook niemand want er is geen land. Er is slechts zeeijs en daar bouw je nu eenmaal geen huizen op.

Figuur 10 – vergelijking van de temperatuur tussen de herfst en het jaargemiddelde

Er zijn maar heel weinig verschillen tussen de herfst en het jaargemiddelde. Dit seizoen komt heel dicht bij het jaargemiddelde blijkbaar. Wat opvalt is dat het zuidelijk halfrond en dan met name het zuidpoolgebied een stuk kouder is dan het noordelijk halfrond en dan met name het noordpoolgebied. Een mogelijke verklaring is dat het het zuidpoolgebied een continent is met ijskap van een paar duizend meter dik en het noordpoolgebied een oceaan is. Het verschil in hoogte werkt door in de gemiddelde temperatuur. Hoe hoger je komt hoe kouder het immers wordt.

Figuur 11 – Vergelijking van de zonne-energie tussen herfst en het jaargemiddelde

In de herfst krijgt het noordpoolgebied heel weinig zonne-energie. Het is niet zo erg als in de winter maar het houdt bepaald niet over. Het gehele noordelijk halfrond krijgt minder zonne-energie in de herfst. Laat ons vervolgens eens kijken naar het energietransport voor de herfst;

Figuur 12 – vergelijking energietransport van de herfst met het jaargemiddelde

Het energie oversschot dat in de zomer nog voorhanden was voor het noordpoolgebied is al weer verdwenen. Het noordpoolgebied komt ook in de herfst tekort en heeft extra energie nodig van gebieden die een energie overschot hebben. Voor zover de vier seizoenen. Het wordt nu tijd om de boel samen te vatten. Dat doen we in de volgende paragraaf.

Samenvatting

De waarde van de relevante variabelen voor de seizoenen zijn gemiddelden. Zomer en winter zijn elkaars tegengestelde seizoenen net als lente en herfst dat zijn maar dan minder extreem. Door de declinatie versterken de drie belangrijkste variabelen die de hoeveelheid beschikbare zonne-energie voor het oppervlakte bepalen. Door de declinatie staat de zon zomers hoger boven de horizon, zijn de dagen langer en wordt er minder zonne-energie weerkaatst. Daardoor is er zomers veel meer zonne-energie beschikbaar en is de temperatuur een stuk hoger. Voor de zomer en winter zijn de verschillen in declinatie twee keer zo groot dan voor de lente en de herfst. Zomer en winter en lente en herfst zijn niet volledig symmetrisch. Dit komt omdat de baan van de Aarde om de zon niet cirkelvormig is maar elliptisch. De afstand Aarde zon is het kleinst in de winter en het grootst in de zomer. Het verschil is best wel groot. De zonne-intensiteit in de winter is circa 80 W/m2 hoger dan in de zomer. Dit vindt je niet terug in een verschil in globaal gemiddelde temperatuur tussen de zomer en de winter. Blijkbaar is de atmosfeer van de Aarde tot een zekere hoogte in staat om te corrigeren voor deze verschillen door geringe wijzigingen in de weerkaatsing en de emissiviteit. Verschillen in temperatuur tussen een seizoen en het jaargemiddelde zijn vooral te vinden op de hogere breedtegraden en dan met name voor de zomer en de winter. Voor de lente en de herfst zijn de verschillen een stuk kleiner.
De term het jaar gemiddelde zoals we dit tot nu toe hebben gebruikt is eigenlijk hoogst misleidend. Het is maar voor twee dagen per jaar waar Namelijk de beide equinoxen. Voor de overige 363 dagen hoeft het helemaal niet te kloppen. Dit geldt voor alle relevante variabelen in de tabel. Het zou dan ook geen kwaad kunnen om over te gaan tot het gemiddelde van alle waarden voor alle variabelen door het gemiddelde te bepalen over de vier seizoenen. Nu zijn de seizoenen op zich weer gemiddelden over perioden van 3 maanden. Dit kan op zich weer leiden tot allerlei afrondingen maar daar zijn gelukkig een aantal controle variabelen voor om te zien of de afrondingen niet tot te grote fouten leiden om acceptabel te zijn. Voor dit doel hebben we twee extra tabellen nodig. Een met de gemiddelden berekend over de vier seizoenen en een met het verschil tussen deze extra tabel en het gemiddelde berekent over de beide equinoxen. We beginnen met de tabel met gemiddelde over de vier seizoenen berekend;

Tabel V – Het gemiddelde berekend over de vier seizoenen

Een belangrijke controle variabele is de daglengte per breedtegraadzone. Deze hoort gemiddeld per jaar 12 uur te bedragen en doet dit dus ook. Het lijkt dus best wel te lukken om met de vier seizoenen te werken. Er is zo te zien geen noodzaak om een verdere verfijning aan te brengen door met de 12 maanden van het jaar te gaan werken. Dat zo veel werk zijn geweest en als dit niet nodig is kun je dit beter vermijden en proberen om je tijd beter door te komen.
De tabel met het seizoensgemiddelde geeft niet direct een goed beeld van het verschil met het jaargemiddelde daarom nemen we vervolgens voor iedere relevante variabele het verschil tussen het jaargemiddelde berekent uit de equinoxen en het gemiddelde berekend uit het gemiddelde over de vier seizoenen. Het resultaat is tabel VI;

Tabel VI – het verschil tussen het jaargemiddelde en het seizoensgemiddelde

De temperaturen zoals gemeten wijken in geen enkel opzicht af van het jaargemiddelde. De hoeveelheid energie die beschikbaar is wijkt wel af. De poolgebieden krijgen aanzienlijk meer zonne-energie dan volgens de tabel van het jaargemiddelde. De tropen daartegen krijgen juist iets minder energie. Er zijn een paar geringe afwijkingen voor de albedo. De albedo voor de poolgebieden is iets hoger en die voor de tropen is iets lager. Dit zou kunnen samenhangen met het feit dat de baan van de Aarde om de zon geen cirkel is maar een ellips. Voor de emissiviteit zijn er geen verschillen. De temperaturen zoals berekend laten wel verschillen zien. Ze zijn vooral voor de poolgebieden een stuk lager dan het jaargemiddelde aangaf. De omvang van het energietransport dat nog steeds verloopt van de tropen naar de poolgebieden laat zien dat dit een stuk lager uitvalt dan het jaargemiddelde deed vermoeden. Dat is logisch want zoals te zien is krijgen de poolgebieden veel meer zonne-energie dan in eerste instantie gedacht. Het komt er op neer dat het jaargemiddelde dat ik gebruikt heb om de temperaturen van de Aarde te verklaren en wat ik gebruikt hebt om de opwarming van de Aarde te verklaren geen goed beeld heeft gegeven van de waarden van de relevante variabelen. Dat betekent dat ik om te beginnen de figuren moest aanpassen die in deel 8b worden gebruikt. Het jaargemiddelde is geen goede weergave van de werkelijkheid. De berekeningen in deel 6 en deel 7 zullen opnieuw moeten gebeuren. De uitkomsten zullen zeker anders zijn. Of de conclusies van deel 6 en deel 7 ook moeten worden bijgesteld is niet zeker maar beslist mogelijk. Dat heb je met onderzoek. Steeds als je denkt dat je er eindelijk een keer uit bent duiken er weer nieuwe problemen op die om een oplossing vragen. Het is niet anders. Maar dit had je ook zonder kennis achteraf kunnen weten. Het jaargemiddelde geeft de situatie weer voor de beide equinoxen en is dus maar voor twee dagen per jaar waar. Voor de 363 overige dagen hoeft dit beslist niet zo te zijn. Wat verder opvalt is dat voor alle 6 tabellen, namelijk het jaargemiddelde, winter, lente, zomer, herfst en seizoensgemiddelde het gewogen gemiddelde voor energietransport altijd negatief is. Dit vergt enige uitleg. Een positieve waarde voor een breedtegraadzone wil zeggen dat het er warmer is dan op grond van de hoeveelheid zonne-energie mag worden verwacht. Er moet dus op een of andere manier energie zijn bijgekomen. Ik neem aan dat dit via energietransport verkregen is uit breedtegraadzones waar het omgekeerde waar is. Een negatieve waarde wil juist zeggen dat het juist minder warm is dan op grond van de hoeveelheid zonne-energie verwacht mag worden. Ik neem aan dat deze vermindering aan energie als overschot getransporteerd is naar gebieden met een tekort. Je kunt niet meer aan tekorten aanvullen dan dat er aan overschotten beschikbaar is. De negatieve waarde van het gewogen gemiddelde laat zien dat in alle zes situaties er voldoende overschot was aan zonne-energie om de tekorten aan te vullen. De vraag rest waarom het gewogen overschot niet gewoon nul is. Men zou verwachten dat de tekorten en de overschotten elkaar precies in evenwicht houden. Dit is blijkbaar niet het geval. Waarom dit niet is weet ik niet maar ik stel het vast en vermeldt dit. Daarmee is de samenvatting afgesloten en kunnen we over gaan tot de conclusies en de afsluitende literatuurlijst.

Conclusies

De waarde van de relevante variabelen wijken aanzienlijk af als je niet het jaargemiddelde neemt maar het seizoensgemiddelde. Dat is logisch want het jaargemiddelde is alleen waar voor de beide equinoxen en niet noodzakelijkerwijs ook voor de 363 andere dagen van het jaar. De tabel voor het seizoensgemiddelde geeft een veel beter beeld van de waarde van de relevante variabelen. Het is dan niet alleen nuttig om de relevante waarden op te splitsen voor de vier seizoenen het is gewoon nodig. Het is een kwestie van noodzaak zodra je besluit om het geheel op te splitsen in breedtegraden. Je kunt niet het een doen en het ander buiten beschouwing laten. Laat je het opsplitsen in seizoenen achterwegen dan krijg je niet de juiste waarden voor de relevante variabelen en kloppen de uitkomsten niet van je berekeningen en pogingen om temperaturen en opwarming van de Aarde te verklaren. Nut en noodzaak zijn hiermee voldoende aangetoond. Het loont zeker de moeite om het jaargemiddelde op te splitsen in de 4 seizoenen ook al is dit veel werk geweest. Maar een onderzoeker mag zich door dit soort overwegingen niet van laten afhouden om met het onderzoek door te gaan. Maar het kost veel werk en het kost veel tijd om dit te doen en er een fatsoenlijk verslag van te maken. Maar het loont de moeite. Het inzicht in hoe de dingen in elkaar zitten neemt aanzienlijk toe.
Ook is het nodig om de berekeningen voor deel 6 en deel 7 opnieuw uit te voeren. Dat is niet erg. Dit is hoe wetenschap verloopt. Het is precies zoals Lenin de weg naar de revolutie beschreef; Een stap voorwaarts en twee stappen terug. Het gaat met vallen en opstaan. De wetenschap is nooit voltooid. Gelukkig maar want dan zou ik een geheel nieuwe bezigheid moeten zoeken.

Literatuurlijst

Overzicht van de nieuwe serie artikelen
Wikipedia – Evenaar
Wikipedia – Seizoen
Wikipedia – Obliquiteit
Wikipedia – Excentriciteit
Wikipedia – Daglengte
KNMI, Climate explorer, monthly reanalyzers
NOOA, Physical Science Laboratory, NCEP/NCAR Reanalyzer
Solar Radiation Basics, University of Oregon, Solar Radiation Monitoring Laboratory

Geplaatst in artikel | Tags: | 2 reacties

Deel 8a – De vier seizoenen –

Deel 8a – de vier seizoenen – model en dataverzameling

herziene versie na correcties

De overige delen van de nieuwe serie artikelen

Een overzicht van de serie;

Waarom neemt het verschil tussen dag en nacht toe
Brightening vooraf gegaan door dimming
Dimming en brightening getest met het BEST databestand
Deel 1 – De opwarming van de Aarde
Deel 2 – De toename van CO2
Deel 3 – Het verband tussen CO2 en de opwarming van de Aarde
Deel 4a – Broeikaseffect ja of nee
Deel 4b – De opwarming van de Aarde verklaard
Deel 5 – Een 5 zone model van de aarde
Deel 6 – Modelvorming en dataverzameling
Deel 7 – De simulaties en de verklaring van de opwarming

De Nieuwe serie begint de omvang aan te nemen van een boek;

Misschien doe ik dit nog we een keer. De wil is er en er is genoeg voorhanden. Nu alleen nog de tijd er voor vinden en de moed om het te volbrengen.

Inleiding

Uit de resultaten van deel 8b kwam als resultaat dat het jaargemiddelde een aanzienlijk andere verdeling van de zonne-energie over de breedtegraden liet zien dan in Deel 6 was aangenomen. Vandaar dat er enige correcties nodig waren. Deze zijn inmiddels aangebracht. Deze versie vervangt de oude versie van Deel 8a.
Deel 8 – De vier seizoenen, is dusdanig uitgebreid dat ik besloten heb om het in twee delen op te splitsen. Anders wordt het gewoon te veel van het goede. Dit is deel 8A – Het model en de benodigde dataverzameling. De eigenlijke analyses en interpretatie volgen in deel 8b.
Onderzoek vindt vooral plaats uit nieuwsgierigheid van de onderzoeker en omdat het kan en moet. Hiermee hebben we een belangrijk punt aangekaart. Waarom doen we al deze moeite. Waarom niet gewoon de literatuur volgen en de bestaande websites over klimaatverandering volgen en toejuichen. Onderzoekers zitten nu eenmaal zo niet in elkaar. Ze zijn nieuwsgierig en eigenwijs.
In deel 6 hebben we de temperatuur op Aarde verklaard uit de verdeling van de zonne-energie over de breedtegraden en de herverdeling hiervan door energietransport van de tropen naar de poolgebieden. Dat blijkt prima te lukken met wat in wezen een heel simpel model blijkt te zijn. Zonder herverdeling zou de temperatuur van de Aarde een stuk lager liggen. Dit is dus een belangrijk mechanisme om rekening mee te houden. Maar in deel 6 hebben we slechts gekeken naar het gemiddelde over een heel jaar. En daar zitten wat haken en ogen aan. Voor het gemiddelde per jaar is de declinatie, dat wil zeggen de hoek waarmee de aardas afwijkt van de verticale stand ten opzichte van de baan van de Aarde om de zon, gelijk aan nul. Maar dat is maar twee dagen per jaar waar namelijk tijdens de equinoxen van de herfst en lente. Ook geldt voor het gemiddelde dat de dag precies 12 uur lang duurt. Met uitzondering van de evenaar waar dit inderdaad voor klopt, is dit opnieuw alleen waar voor de beide equinoxen. Voor de overige 363 dagen klopt dit dus ook niet. Het gemiddelde bevat dus veel spreiding die niet zichtbaar is. Vandaar dat ik in dit artikel het jaar opsplits in de vier seizoenen. Hier voor gebruik ik de seizoenen zoals ze door de meteorologen worden gebruikt. Deze wijken af van wat gangbaar is maar dit is hoe wetenschappers nu eenmaal werken. In dit artikel kijk ik hoe het verhaal voor de temperaturen er uit komt te zien voor de vier seizoenen. Daar moet wel het een en ander voor gebeuren. Het is veel werk maar leuk om te doen.
We beginnen met het afleiden van het benodigde model uit dat wat we in deel 6 hebben gebruikt. We dienen er een aantal dingen aan toe te voegen en aan te passen. We dienen er rekening mee te houden dat er maar liefst drie dingen tegelijk veranderen als je met de seizoenen aan de slag gaat. In de zomer staat de zon hoger aan de hemel. Dat is een aanpassing van de declinatie van het seizoen. Maar ook geldt dat de dagen dan langer duren. Daardoor is er meer zonne-energie beschikbaar aan de top van de atmosfeer. Maar er geldt eveneens dat er minder van weerkaats wordt want dat is ook een functie van de hoek waarin het zonlicht binnen valt. Door deze drie effecten die tegelijk optreden is het niet verwonderlijk dat de temperatuur in de zomer een stuk hoger komt te liggen dan in de winter. Hier dienen we het model van deel 6 dus aan te passen. Hierover gaat het eerste deel van het onderzoek. Wat zijn de noodzakelijke aanpassingen aan het model? Vervolgens is het nodig om de benodigde data te verkrijgen. Het gaat enerzijds om globale data en anderzijds om data die per breedtegraad per seizoen nodig is. Daar zijn databestanden en formules voor die per dag de waarde bepalen van de benodigde gegevens. Daar wordt een gemiddelde van bepaald per seizoen. De volgende stap is dat we de data in het model stoppen en bekijken of het bij benadering klopt. Dit vindt plaats in het tweede deel van het onderzoek. Het wordt te veel van het goede om dit alles in een keer te willen doen. Maar het is gelukt om een model te maken voor de seizoenen en de benodigde data te verzamelen. Hier mee kan ik in het volgende deel mee aan de slag.

Nut en noodzaak

De eerste vraag die we ons moeten stellen is waarom we het model uit deel 6 aan willen passen om het geschikt te maken voor de seizoenen. Het lijkt immers heel goed te werken. Waarom dan al deze moeite gedaan. Want het is veel werk om de zaken uit te zoeken en aan te passen voor het opsplitsen van het jaargemiddelde naar de seizoenen. Daar zijn diverse redenen voor. De voornaamste is gewoon nieuwsgierigheid. Dit is het wat onderzoekers er toe aanzet om dingen te onderzoeken. We willen weten hoe dingen in elkaar steken en of het wel klopt wat anderen beweren. Onderzoekers zijn nu eenmaal eigenwijs en willen graag zelf uitzoeken hoe dingen in elkaar steken. Dat wil niet zegen dat we gedreven worden door wantrouwen of achterdocht. Zulke gevoelens zijn een onderzoeker vreemd. Andere onderzoekers zullen door de zelfde motieven gedreven worden en proberen zo goed mogelijk uit te zoeken en weer te geven wat ze onderzocht hebben. Wat ons onderzoekers drijft is nieuwsgierigheid en dat heeft de mensheid ver gebracht. Als we deze eigenschap niet hadden had de mensheid zich nooit kunnen ontwikkelen tot wat het nu is.
Maar er is ook een andere reden voor. Het gemiddelde per jaar per breedtegraad blijkt een enorme spreiding rond het gemiddelde te hebben. Eigenlijk is het gemiddelde model per jaar slechts twee dagen per jaar waar en wel tijdens de lente en herfst equinox. De overige 363 dagen kan het er ver van afwijken. Dus ook om deze reden is het zaak om te kijken hoe het plaatje er uitziet als je het jaar opsplits in de vier seizoenen. Kloppen de conclusies nog steeds die we in deel 6 en deel 7 hebben getrokken aan de hand van de analyses voor het jaar gemiddelde of zijn er aanpassingen nodig. Dat is waar je onderzoek voor moet doen. Dat is de enige manier om een antwoord te hopen vinden op de vragen die een onderzoeker zich dient te stellen. Verder heb ik de data en de formules in handen om het jaar op te kunnen splitsen in de vier seizoen. Het is mogelijk om dit te doen. Je kunt nog zo nieuwsgierig zijn maar als je de benodigde hoeveelheid gegevens niet hebt houdt het een keer op. Maar ze zijn voorhanden. Dus laten we er mee aan de slag gaan.

De vier seizoenen

Meteorologen en klimatologen gebruiken en andere definitie van het jaar en de seizoenen. Hun jaar begint op 1 december en loopt door tot en met 30 november. De seizoenen verlopen ook anders namelijk over hele maanden. De winter duurt dus van 1 december tot en met 28 of 29 februari. Dit is afhankelijk van de vraag of het om een gewoon jaar gaat of om een schrikkeljaar. De lente begint op 1 maart en duurt tot en met 31 mei. De zomer begint op 1 juni en duurt tot en met 31 augustus en de herfst duur van 1 september tot en met 30 november. Dit is hoe meteorologen dit nu eenmaal doen. Ze zijn net als andere wetenschappers heel erg eigenwijs en doen de dingen op hun manier. Het is van belang om dit in het oog te houden bij het beoordelen van de resultaten.

Dataverzameling

Om het model te laten werken hebben we flink wat data nodig. Het eerste wat we willen hebben is datgene wat we met behulp van het model proberen te verklaren en dat is de temperaturen zoals gemeten zowel globaal als per breedtegraad en zowel per jaar als wel per seizoen. Het is veel werk maar je hoeft het maar 1 keer te doen. Het meeste werk wordt door de computer gedaan. De temperatuur data komt van de Climate Explorer page van het KNMI. Hier worden data bestanden over het klimaat beschikbaar gesteld voor onderzoekers. Het door mij gebruikte bestand voor de temperatuur zoals gemeten is NCEP/NCAR RI 1948-now. Hieruit zijn de temperaturen bepaald die ik nodig heb voor mijn model. Verder heb ik een aantal globale gegevens nodig per seizoen zoals de hoeveelheid zonne-energie die beschikbaar is maar ook de declinatie. Deze kan ik met behulp van de formules zoals ze zijn weergegeven in Solar Radiation Basics bepalen. Verder heb ik nog de gegevens nodig om de daglengte per breedtegraad te berekenen. Globaal is deze bekend namelijk precies 12 uur per dag. Maar per breedtegraad is dit een ander verhaal. Er zijn maar twee dagen per jaar waarop dit voor iedere breedtegraad waar is en dat zijn opnieuw de beide equinoxen. Alle andere dagen is dit niet het geval. Alleen voor de evenaar geldt dat de dagen altijd 12 uur lang zijn. Dag en nacht duren daar even lang. Vandaar komt dus de benaming evenaar. Voor het berekenen van de lengte per dag per breedtegraad maak ik opnieuw gebruik van de formules zoals weergegeven in Solar Radiation Basics. Deze worden per dag bepaald. Hieruit bepaal ik dan vervolgens het gemiddelde voor de seizoenen zoals die door meteorologen zijn gedefinieerd. Ook is het nodig om de declinatie te bepalen. Dat is de afwijking van de stand van de zon ten opzichte van de gemiddelde waarde per jaar. Voor het jaargemiddelde is deze waarde nul. Maar per seizoen klopt dit uiteraard niet. De zon staat in de zomer veel hoger aan de hemel dan in de winter. Ook deze waarde bepaal je per dag en dan bepaal je het gemiddelde per seizoen. De gegevens voor de declinatie en de daglengte worden gecombineerd om tot een gemiddelde te komen per seizoen en breedtegraad van de hoeveelheid zonne-energie die beschikbaar is. De declinatie werkt ook door in de mate van weerkaatsing. Hoe hoger de zon boven de horizon staat des te minder wordt er van de beschikbare zonne-energie weerkaatst. Er zijn dus drie factoren die er voor zorgen dat het zomers warmer is dan in de winter; De zon staat hoger aan de hemel, de dag duurt langer en er word minder weerkaatst. Als dit geen groot verschil geeft weet ik het niet meer. Maar er vindt ook nog energietransport plaats van breedtegraden met een overschot naar breedtegraden met een tekort aan zonne-energie. Deze secundaire verdeling van zonne-energie speelt op de Aarde een grote rol bij het tot stand komen van de temperaturen zoals gemeten. Het is afwachten wat de uitkomsten zijn voor de seizoenen. Zullen ze afwijken van het jaar gemiddelde? Beslist. Zullen ze zoveel afwijken dat conclusies uit deel 6 en 7 herzien moeten worden? Geen idee. Daar doe je onderzoek voor. Voor dit onderzoek dienen we een model te hebben dat voor de vier seizoenen geschikt is. Dit model leiden we af uit het model van deel 6. Hier over gaat de volgende paragraaf.

Het aanpassen van het model

Om de seizoenen te onderzoeken is het nodig om het model dat in deel 6 is ontwikkeld aan te passen. De aanpassing zijn nodig voor de declinatie en voor de daglengte. Beide bepalen hoeveel zonne-energie er beschikbaar is voor de breedtegraden. In de zomer staat de zon hoger aan de hemel en duurt de dag langer. Beide effecten zorgen ervoor dat de hoeveelheid zonne-energie in de zomer een stuk hoger uitvalt dan in de winter. De declinatie wordt met behulp van een formule per dag bepaald en dan wordt er een gemiddelde bepaald voor het seizoen. De lengte van de dag wordt eveneens bepaald met formules namelijk per dag voor de zonsopkomst en de zonsondergang. Aan de hand van beide gegevens kan de daglengte dan makkelijk bepaald worden. Dit gebeurt per breedtegraad en per dag en hier worden dan vervolgens gemiddelden bepaald per seizoen. Er is ook een aanpassing nodig voor de albedo, dat is de fractie zonne-energie die weerkaats wordt per breedtegraad. Doordat de zon in de zomer hoger aan de hemel staat wordt er minder zonne-energie weerkaatst. Er zijn dus maar liefst drie mechanismen aan het werk die er voor zorgen dat het zomers warmer is dan in de winter. De combinatie van deze drie effecten zal het grootst zijn voor de hogere breedtegraden en een stuk minder voor de tropen. De zon staat daar altijd hoog aan de hemel, de lengte van de dag varieert niet veel met de seizoenen en de weerkaatsing is ook redelijk stabiel. Samen met de emissiviteit kun je met behulp van het Stefan-Boltzmann model de temperatuur berekenen voor de breedtegraad en per seizoen. Deze berekende temperatuur komt meestal niet overeen met de gemeten temperatuur. De reden is dat er ook vrij veel energie verplaatst wordt door de atmosfeer maar ook door de oceanen. Dit energie transport zorgt voor een herverdeling van de zonne-energie over de breedtegraden. In deel 6 hebben gezien dat gemiddeld over een jaar dit transport plaats vindt van de tropen naar de poolgebieden. Het vindt plaats van een gebied met hogere temperatuur naar een gebied met een lagere temperatuur. Uit eerder onderzoek is gebleken dat dit tot resultaat heeft dat de gemiddelde temperatuur hoger uitvalt. Dit heeft te maken met het feit dat het verband tussen energie en temperatuur niet lineair is. Hoe ziet dit eruit als je het jaar opdeelt in de vier seizoenen? Ook dit willen we graag weten. Al deze benodigde aanpassingen leveren het volgende model op;

Tabel 1 – het model voor de 4 seizoenen

Het model bestaat uit drie delen. Het bovenste deel is de essentie. Hier wordt per breedtegraad verklaard wat de temperatuur zou moeten zijn op grond van de verdeling de zonne-energie en de herverdeling door het energietransport. In het middelste deel wordt het gewogen gemiddelde vergeleken met het globale model. Dit is bedoelt als controle. In het onderste deel worden de diverse variabelen bepaald op globaal niveau. Het is de aanpassing voor het model van deel 6 waarmee we het gemiddelde per jaar bepalen. In dit model dienen we vervolgens de data per seizoen in te vullen. Dan kunnen we beginnen met de analyses, de berekeningen, het maken van grafieken en tabellen en een samenvatting te geven van de resultaten voor de 4 seizoenen.

De analyses

Nu we het model hebben en de benodigde data wordt het tijd om te beginnen met de analyses.

Globaal

Uit Solar radiation Basics kun je een reeks van gegevens afleiden per seizoen. Laat ons beginnen met de globale gegevens dat wil zeggen niet uitgesplitst per breedtegraad. Dit is in de volgende tabel weergegeven;

Tabel 2 – Globale gegevens voor de 4 seizoenen.

Voor een heel jaar is de gemiddelde zonne-intensiteit TSI gelijk aan 1361 W/m2. Maar omdat de baan van de Aarde om de zon geen cirkel is maar een ellips krijg je voor de seizoenen andere waarden. De kortste afstand van de Aarde tot de zon heb je begin januari en de langste afstand begin juni. Vandaar dat in de winter de zonne-intensiteit circa 3 procent hoger ligt en in de zomer circa 3 procent lager ligt dan het jaar gemiddelde. De waarden voor de lente en de herfst verschillen iets maar niets zo heel erg veel van het jaar gemiddelde. Een verschil van 6 procent tussen de hoogste waarde in de winter en de laagste waarde in de zomer is best wel hoog maar het geeft nauwelijks een verschil in gemiddelde globale temperatuur voor de seizoenen. De globale gemiddelde temperatuur in de zomer is zelfs iets hoger dan in de winter. Dit komt omdat de Aarde een atmosfeer heeft die in staat blijkt te zijn om te corrigeren voor dit verschil in zonne-intensiteit. Dit vinden we terug in de verschillen voor de totale albedo en de effectieve emissiviteit. Deze variëren enigszins voor de seizoenen. Dit is al vast een verrassing. Zo leer je elke keer weer iets nieuws. Het loont om het jaar op te splitsen in de vier seizoenen. Er is duidelijk een grote spreiding onder het gemiddelde. Meer dan je zou hebben verwacht.
De declinatie is gemiddeld per jaar gelijk aan nul. Dat de zomer en winter hier flink van afwijken hoeft ons niet te verbazen. Maar dat er ook nog altijd flinke verschillen zijn voor de herfst en lente vergeleken met het jaargemiddelde is best wel een verrassing. Dit licht niet in de lijn van de verwachting dat de lente en de herfst min of meer gelijk zouden zijn aan het jaargemiddelde. Zo zie je maar dat je al bij de globale gegevens per seizoen verrassingen krijgt als je het jaar gemiddelde opsplitst in de vier seizoenen. Wat gaan de vier seizoenen ons dan opleveren aan verrassingen en nieuwe inzichten?

Tabellen en grafieken

Laat ons eens beginnen met het weergeven van de gegevens voor de seizoenen per breedtegraad te bekijken. Laat ons beginnen met de temperaturen zoals gemeten. Dat is tenslotte wat we willen verklaren met ons model. Dit resultaat staat in onderstaande grafiek;

Grafiek 1 – De gemeten temperaturen per seizoen en per breedtegraad

Het is in de tropen, het gebied tussen beide licht rode lijnen, altijd warmer dan in de rest van de wereld en de poolgebieden, de gebieden buiten de licht blauwe lijnen, altijd kouder dan in de rest van de wereld. Dit is gemiddeld per jaar waar maar geldt ook voor de vier seizoenen. Wat ook opvalt is dat het verschil tussen de seizoenen voor de tropen maar ook voor de gematigde streken vrij klein is. De verschillen zijn vooral groot voor de beide poolgebieden en dan vooral voor het verschil tussen de zomer en de winter. Een andere manier om naar de gemeten temperaturen te kijken is het verschil te bekijken tussen de temperaturen per seizoen en het jaar gemiddelde. Dit resultaat is weergeven in grafiek 2;

Grafiek 2 – Temperatuurverschillen per seizoen en breedtegraad t.o.v. jaargemiddelde

Wat opvalt is dan dat er weinig verschil is tussen de winter en de lente aan de ene kant en de zomer en de herfst aan de andere kant voor het gebied tussen de blauwe lijnen. Dat zijn de tropen en de beide gematigde gebieden. Voor de beide poolgebieden valt opnieuw het grote verschil op tussen de zomer en de winter. De herfst en de lente bewegen dan weer naar elkaar toe.

In grafiek 1 is weergegeven wat we met behulp van het model in tabel 1 proberen te verklaren. Als eerste gaan we de hoeveelheid zonne-energie bepalen. Dat doen we eerst globaal dus gemiddelde voor de Aarde. Dit gebeurt met behulp van de cirkel methode. Hierbij wordt de TSI gedeeld door 4. Dit is ter controle om te zien of de hoeveelheid per breedtegraad wel klopt. Per breedtegraad passen we de formule toe van cosinus(breedtegraad – declinatie)*TSI/pi. Dit laatste is nodig omdat we in het model per breedtegraad de Aarde benaderen met een stel cilinders en dan geldt de rechthoek methode. De resultaten geven we we weer in tabel 3;

Tabel 3 – Zonne-energie nog niet gecorrigeerd voor verschil in daglengte

We zien dat voor ieder seizoen de gewogen hoeveelheid zonne-energie kleiner is dan de globaal vastgestelde hoeveelheid. De globaal vastgestelde hoeveelheid is juist. Dit komt omdat de waarden per breedtegraad nog niet zijn gecorrigeerd voor het verschil in daglengte. Wat ook opvalt dat onze vrees dat het jaargemiddelde dat is bepaald aan de hand van de beide equinoxen inderdaad geen goed beeld geeft van de verdeling van de zonne-energie over de breedtegraad. De beide poolgebieden krijgen aanzienlijk meer zonne-energie gemiddeld over het hele jaar dan het gemiddelde over de beide equinoxen deed vermoeden. Waarom dan het gemiddelde in eerste instantie bepaald door de beide equinoxen te gebruiken. Dat lijkt niet erg slim. Maar dit is wijsheid achteraf. Je dient wel eerst een model op te stellen waarmee je aan de slag kunt. Dat ging makkelijker door eerst het gemiddelde te nemen over de beide equinoxen en vanuit dit model een aanpassing toe te voegen voor de vier seizoenen. Dit s namelijk een stuk lastiger te doen. Maar nu we weten dat het seizoensgemiddelde een heel andere en betere weergaven geeft zal ik hier vanuit dienen te gaan. Dit geeft wat correctiewerk maar dat is niet anders. Laten we nu verder gaan met het verschil in daglengte over de seizoenen en breedtegraden.
Om dat te kunnen doen is het misschien wel handig om eerste eens te kijken hoe dit verschil in daglengte er uit ziet voor de seizoenen en voor de breedtegraad. Dit is weergegeven in grafiek 3;

Grafiek 3 – Verschil in daglengte per seizoen en breedtegraad

Voor het jaargemiddelde duurt de dag altijd 12 uur. Ook voor de evenaar duurt de dag altijd 12 uur en globaal geldt het zelfde. De dag duurt altijd 12 uur. Het is alleen opgesplitst per seizoen en breedtegraad dat de daglengte afwijkt van het gemiddelde van 12 uur. In de zomer duurt de dag uiteraard langer dan in de winter. Voor de tropen, het gebied binnen de lichtrode lijnen, is het verschil in daglengte nog niet zo heel erg groot. Maar voor de beide gematigde zones loopt het verschil toch al flink op. Maar de grootste verschillen tussen de seizoenen vindt je voor de winter en de zomer voor de beide poolgebieden. In de poolzomer gaat de zon niet onder en duurt de dag dus 24 uur en in de poolwinter komt de zon niet boven de horizon en duurt de dag dus nul uur. Het blijft er het hele etmaal donker. Deze soms grote verschillen in de daglengte dien je mee te nemen om tot een gecorrigeerde hoeveelheid zonne-energie te komen. Een simpele maar robuuste methode is de ongecorrigeerde hoeveel te vermenigvuldigen met de daglengte en dan te delen door 12. dat is de gemiddelde duur van en dag. Dit levert de voor verschil in daglengte gecorrigeerde hoeveelheid zonne-energie op. Dit is weergegeven in tabel 4;

Tabel 4 – zonne-energie gecorrigeerd voor verschil in daglengte

We hebben nu niet langer meer een tekort maar voor drie seizoenen zelfs een klein overschot. Dit is op zich ook niet juist. Het hoort precies genoeg te zijn. Het verschil is voor de winter en de zomer iets te groot om het af te doen als een afrondingsfout. Waarom dit verschil optreedt weet ik niet. Voorlopig laat ik het maar staan en vermeldt slechts dat er een verschil is. Uiteraard geldt ook hier dat het gemiddelde berekend uit de beide equinoxen flink afwijkt van het seizoensgemiddelde. Ook hier geldt dat het seizoensgemiddelde veel dichter in de buurt komt van de werkelijke waarde van het gemiddelde per jaar. Dit gaat dus opnieuw leiden tot correcties. Het is niet anders. Tot nu toe is er nog niet zo heel veel aan de hand.
Laat ons eens kijken naar het verschil tussen de gecorrigeerde waarde en de niet voor daglengte gecorrigeerde hoeveelheid zonne-energie. Wat levert de correctie voor verschil in daglengte nu op voor de hoeveelheid per seizoen en breedtegraad? Dit verschil is weergeven in de volgende tabel;

Tabel 5 – verschil in zonne-energie door correctie daglengte

Voor het gemiddelde berekend over de equinoxen maakt de correctie voor verschil in daglengte uiteraard niets uit. Voor alle breedtegraden geldt dat de dagen dan immers even lang duren. Dat zelfde geldt ook globaal. Ook hier is geen verschil in daglengte en dus is er niets te corrigeren. Ook voor de evenaar is er geen verschil want de dagen en nachten duren hier altijd even lang. Voor de overige breedtegraden en seizoenen maakt het wel degelijk een verschil uit maar dat verschil is niet altijd en overal even groot. De verschillen zijn het grootst voor de zomer en de winter. Maar ook voor de lente en de herfst levert correctie voor het verschil in daglengte best wel grote verschillen op. We kunnen dit verschil voor correctie ook samenvatten in een grafiek. Dit ziet er als volgt uit;

Grafiek 4 – verschil in zonne-energie door correctie voor daglengte

De verschillen in de hoeveelheid zonne-energie door de correctie voor het verschil in daglengte zijn het grootst voor de beide pool zomers. Dat is logisch de dag duurt er vrijwel 24 uur. Dat betekent een verdubbeling van de niet voor verschil in daglengte gecorrigeerde waarde. Voor de pool winters maakt het niets uit. De hoeveelheid zonne-energie is dan nul. Immers de zon komt niet boven de horizon uit. Hier mee hebben we een uiterst belangrijke variabele uitgewerkt namelijk de hoeveelheid zonne-energie die beschikbaar is. Nu kunnen we verder met de volgende variabele in de berekening en dat is de albedo of te wel de fractie van de beschikbare zonne-energie die weerkaatst wordt. Ook hier geldt dat er globale waarden zijn en waarden per seizoen en per breedtegraad. Ook hier voor is formule om dit te berekenen te vinden in Solar Radiation basics. Het uitgangspunt is dat hoe lager de zon aan de horizon staat des te meer er weerkaatst wordt van de beschikbare hoeveelheid zonne-energie. Dit ziet er als volgt uit;

Grafiek 5 – Albedo per seizoen en breedtegraad

Voor de tropen, het gebied tussen de lichtrode lijnen, is er weinig verschil in albedo. Dit geldt voor de breedtegraden maar net zo goed voor de seizoenen en het jaar gemiddelde. Voor de beide gematigde gebieden zijn de verschillen al een stuk groter maar het grootste verschil vindt je voor de beide poolgebieden. Maar je moet wel bedenken dat voor de poolwinter de heel hoge albedo, die zelfs oploopt naar de maximale waarde van 1, niets betekent. Er is immers in de winter geen zonne-energie te weerkaatsen. De zon komt dan niet boven de horizon uit. De verschillen hebben hier alleen betekenis voor de drie overige seizoenen namelijk de lente, zomer en herfst. Voor zover deze uiterst belangrijke variabele voor het berekenen van de temperaturen met behulp van het Stefan-Boltzmann model. Een laatste variabele die van belang is de emissiviteit. Daarbij zijn we niet zo zeer geïnteresseerd in die van het oppervlakte. Deze is zo goed als 1 en wordt dan ook zo mee genomen in de berekeningen. Waar we in dit model mee werken is de effectieve emissiviteit. Dat is de fractie van de door het oppervlakte uitgestraalde energie die uiteindelijk in het heelal wordt uitgestraald. Deze is van belang. De laag waar de energie van de Aarde wordt uitgestraald noemen we ook wel de top van de atmosfeer. Hierover heb ik geen informatie hoe dit eruit ziet als je het opsplitst over de breedtegraden. Daarom laat ik de resultaten die ik globaal heb berekent staan. Niet omdat ik denk dat dit juist is maar omdat ik niet weet wat je er mee aan moet vangen. Hiermee hebben we alle variabelen gehad en kunnen we overgaan tot de berekening van de temperaturen en kijken hoe dit uitpakt over de vier seizoenen. Maar dit is voor deel 8b – de analyses. Het zou te veel van het goede worden als we dit alles in een enkel deel proberen onder te brengen.

Conclusies

Het is gelukt om een model op te stellen waarmee we het jaargemiddelde kunnen opsplitsen in de vier seizoenen. Het loont de moeite om hier mee door te gaan. Het was veel werk maar het meeste werk wordt uiteindelijk door de computer gedaan. Het blijkt dat voor de variabelen die we reeds onderzocht hebben de spreiding rond het jaargemiddelde inderdaad zo groot is als verwacht. Dit belooft nog wat voor de uiteindelijke analyses en interpretatie ervan. Het is zeker de moeite waard om er mee door te gaan.
Analyse van de globale variabelen levert ons al de eerste verrassingen op. De verschillen in zonne-intensiteit per seizoen zijn door de excentriciteit van de baan van de Aarde om de zon best wel groot maar het levert nauwelijks verschillen op voor de gemiddelde globale temperatuur voor de seizoenen op. Het lijkt er op dat onze atmosfeer in staat is om tot op zekere hoogte te corrigeren voor verschillen in zonne-intensiteit. Het zijn niet alleen de zomer en de winter dat de hoogte van de zon boven de horizon flink afwijkt van het jaar gemiddelde. Dit ligt tenslotte in de lijn der verwachtingen maar dit blijkt ook te gelden voor de lente en de herfst en dat licht niet in de lijn der verwachtingen. De verwachting was dat de lente en de herfst min of meer gelijk zouden zijn aan het jaar gemiddelde. Dit is dus duidelijk niet het geval. Het is dus wel degelijk de moeite waard om het jaargemiddelde op te splitsen in de vier meteorologische seizoenen. Het valt op dat voor de hoeveelheid zonne-energie het gemiddelde berekend aan de hand van de beide equinoxen niet goed overeen komt met het jaargemiddelde zoals dat uit de vier seizoenen is berekend. Maar dat had niet hoeven te verbazen. Het gemiddelde voor de beide equinoxen is maar 2 dagen per jaar waar. Voor de overige 363 dagen is dit niet zo en kun je uiteindelijk een ander en juister beeld verwachten. De enige reden dat ik uitging van het gemiddelde voor beide equinoxen is dat je nu eenmaal ergens moet beginnen. Nu we het verschil weten kunnen we beginnen met het doorvoeren van de nodig correcties. Die hebben voor deel8a inmiddels plaatsgevonden. Dit is de herziene versie.
Wat kunnen we nog meer aan interessante en verrassende resultaten verwachten van de analyses? Dit komt in het tweede deel aan de orde. Het wordt teveel van het goede om alles in een keer te willen doen.

Literatuurlijst

Overzicht van de nieuwe serie artikelen
Wikipedia – Evenaar
Wikipedia – Seizoen
Wikipedia – Obliquiteit
Wikipedia – Excentriciteit
Wikipedia – Daglengte
KNMI, Climate explorer, monthly reanalyzers
NOOA, Physical Science Laboratory, NCEP/NCAR Reanalyzer
Solar Radiation Basics, University of Oregon, Solar Radiation Monitoring Laboratory

Geplaatst in artikel | Tags: | 2 reacties

Rubriek mobiliteit februari

Het is weer tijd voor een update voor de rubriek mobiliteit. Aan links heb ik geen gebrek. Het is een onderwerp dat heel erg leeft. En zeker in tijden van corona en de daar door onvermijdelijk maatregelen. Het komt onze mogelijkheden tot mobiliteit niet ten goede. De avondklok, thuiswerken en in en uitreisbeperkingen en de vele activiteiten die niet meer mogen pakken heel slecht uit. We verplaatsen ons een stuk minder. Het gevolg is dat we ook een stuk minder brandstof nodig hebben en dat kunnen oliemaatschappijen zoals Shell goed merken. Ze hebben vorig jaar een recordverlies geleden. En het ziet er ook in de toekomst niet geweldig voor hun uit. Steeds meer mensen gaan over op elektrische auto’s en daar heeft Shell geen brandstof voor. Plus dat ook in Frankrijk een rechter heeft vastgesteld dat de al die afgesloten klimaatovereenkomsten, akkoorden en afspraken niet langer meer vrijblijvend zijn. Maar dat ook de Franse staat meer moet doen om de CO2-emissies omlaag te krijgen. Dit biedt ook op de lange termijn weinig perspectief voor oliemaatschappijen.

Een serie links over mobiliteit uit de Nederlandstalige mainstream online nieuws sites;

Algemeen

Brakke bruggen en wegen: Biden bouwt voor 2000 miljard dollar

Grondwettelijk Hof: ook elektrische rolstoelen, steps en hoverboards hebben verplichte verzekering nodig

Automobilisme

Rijkswaterstaat meet een derde minder woon-werkverkeer op snelwegen

ANWB ziet files met 63 procent dalen door thuiswerken

Beslagen auto in bosjes is niet wat het lijkt: omgebouwd tot ‘thuis’werkkantoor

Januari was slechte maand voor autoverkoop, maar niet alleen door corona

Een op de vijf nieuwe auto’s in de EU is geen benzine of diesel

Tesla lijkt opnieuw de concurrentie een stap voor te zijn

Tesla maakt meer winst met verkoop emissierechten dan met auto’s

Tesla vanaf maandag onder de grote jongens op de Amerikaanse beurs

Tesla-baas Elon Musk rijkste man ter wereld

Nissan: over 10 jaar alleen nog elektrische auto’s

EU-landen geven bijna 3 miljard euro steun voor Europese accupakketten

Nieuwe super-accu van 3000 euro: tien minuten laden, 400 kilometer rijden

Vleigverkeer

Lufthansa beperkt verlies tot half miljoen euro per uur

Aantal vliegtuigpassagiers daalde in 2020 tot laagste punt van deze eeuw

500 miljoen minder passagiers voor luchtvaart VS in 2020

Ryanair hield in 2020 minder dan een kwart van normaal aantal passagiers over

Weer dramatisch kwartaal Ryanair: 306 miljoen euro verlies

Duitsland overweegt vliegverkeer vrijwel stil te leggen

Spaans toerisme teruggevallen naar niveau van eind jaren zestig

‘Reisbranche trekt eigen plan voor exit uit virusmalaise’

CO2-uitstoot vliegtuigen kan flink omlaag door wind beter te benutten

TUI wil binnen enkele maanden vliegen met gewraakte Boeing 737 MAX

Werkloze piloten slepen ABN Amro voor rechter: ‘Lening als molensteen om nek’

Openbaar Vervoer

Openbaar vervoer blijft tijdens avondklok rijden

Geen gedwongen ontslagen in eindbod NS voor nieuwe cao

Conducteur mag straks niet meer fluiten voor vertrek

Storingen treinverkeer Amsterdam en Rotterdam verholpen

Utrecht Centraal heeft groot scherm terug, maar zonder nostalgisch klappergeluid

NS stopt met railcatering: ‘Ik bood niet alleen koffie maar ook een luisterend oor’

Internationale treinen hebben het lastig, geldproblemen voor Eurostar en Thalys

Fietsen

NS: slot ov-fiets gaat voortaan open met ov-chipkaart

Zo gaat de accu van jouw elektrische fiets langer mee

‘Nog veel ongelukken met fietsers op 30-kilometerwegen’

Scheepsvaart

‘Vrees voor Chinese spionage via scanners in haven Rotterdam’

Rederij MSC betaalt 3,4 miljoen euro voor afwikkeling containerramp

Tolinkomsten Egypte van Suezkanaal lopen terug

Het gevolg van de sterk verminderde mobiliteit en de overgang op elektrisch is;

Coronacrisis en oliecrisis leiden tot recordverlies bij Shell

Coronacrisis pas het begin voor oliesector: vraag wordt steeds kleiner

Oliereuzen gaan miljarden in de min door coronacrisis

Voor zover de rubriek mobiliteit. De trend lijkt duidelijk. Ook als de pandemie uiteindelijk bedwongen zal zijn zal de mobiliteit en de vraag naar olie kleiner zijn dan het was. De ommekeer vindt een keer plaats. De vrijblijvendheid die tot nu de klimaatovereenkomsten bepaalden is er wel een beetje uit. Voortaan dienen landen hun afspraken na te komen en dat zal vies tegenvallen maar kan wel leiden dat de CO2-emissies eindelijk een keer de goede kant op gaan en dat is omlaag.

Geplaatst in corona, mobiliteit, Rubriek | Tags: , , , , , | 1 reactie

Mededeling

Deel 8b – de vier seizoenen, is nu ook af. Het heeft veel bloed, zweet en tranen gekost en veel meer werk en tijd dan verwacht. Maar het is nu af en kan binnenkort worden gepubliceerd. De resultaten waren anders dan verwacht maar dat heb je wel vaker bij onderzoek. Je komt vaak voor verrassingen te staan maar dat is het leuke van onderzoek. Als je van te voren weet wat je er uit komt kun je het net zo goed achterwege laten. Doordat de resultaten anders waren dan verwacht is er het nodige aan correctiewerk te doen. Het blijkt dat als je het globale model opsplits in breedtegraden, je het model ook dient op te splitsen in de seizoenen. Het is anders niet mogelijk om een goed resultaat te krijgen van het jaargemiddelde. Uit eerder onderzoek blijkt dat je de temperatuur per breedtegraad kunt bepalen aan de hand van de hoeveelheid zonne-energie en de herverdeling ervan van de tropen naar de poolgebieden. Na het opsplitsen van de resultaten over de seizoenen en het bepalen van het jaargemiddelde uit de seizoenen bleek dat de poolgebieden veel meer zonne-energie krijgen dan verwacht. Ze hadden dus ook minder herverdeling ervan nodig om de temperaturen van de poolgebieden te kunnen verklaren. Dit betekent dat deel 6 en deel 7 dienen te worden gecorrigeerd. De berekeningen en de grafieken en tabellen dienen opnieuw. En het is afwachten wat de conclusies zullen zijn. Ze zullen moeten worden bijgesteld. Dat staat wel vast maar de verwachting is dat de grote lijnen wel blijven staan. Maar zoals eerder gezegd; de verwachtingen bij onderzoek komen lang niet altijd uit. Maar zoals gezegd is dit juist wat onderzoek zo leuk maakt.

Het programma voor de komende maanden houdt dus in dat deel 6 en deel 7 en mogelijk deel 8a gecorrigeerd dienen te worden. Daar ben ik wel even zoet mee. Het houdt je van de straat en helpt dus om de lock down door te komen die inmiddels al weer is verlengd. Het gaat veel langer duren dan verwacht tot we weer tot een normaal bestaan kunnen overgaan. Zullen we het nog meemaken dat we weer ouderwets elkaar de hand mogen geven of is dit gebruik voor altijd verdwenen?

Geplaatst in opmerking | Tags: | Een reactie plaatsen

Rubriek temperatuur anomalie – januari 2021

De maand januari is om en de gegevens zijn binnen. Dus niet getreuzeld en een update schrijven voor de temperatuur anomalie voor de maand januari. Temperatuuranomalie is zoals al eerder uitgelegd de temperatuur afwijking van een bepaalde tijdsperiode ten opzichte van een basisperiode. De tijdsperiode is januari 2021 en de basisperiode loopt van 1979 tot en met 2000. Laten we beginnen met de statistieken van de globale afwijking van de temperatuur. Dit levert het volgende plaatje op;

De dip in december die mogelijk veroorzaakt werd door het verschijnsel van La Nina heeft zich in januari niet voortgezet. De gemiddelde afwijking is blijven staan en de spreiding rond dit gemiddelde is kleiner geworden dan in december. Soms leek het erop of de daling zich zou voortzetten dan leek het er weer op dat de afwijking weer terug zou keren naar het record niveau van november. Het blijft afwachten wat het de komende maanden gaat doen. Voorlopig blijft het stabiel.

Laat ons eens kijken naar de gemiddelde afwijking van de regio’s om te zien of hier wat uit af te leiden valt;

De zeer hoge afwijkingen van het noordpoolgebied zijn nu een weer een stuk lager. Het zuidpoolgebied laat weer positieve afwijkingen zien na een lange periode met vrijwel uitsluitend negatieve waarden. Het noordelijk halfrond valt wat lager uit en het zuidelijk halfrond blijft negatief. De globale afwijking en die van de tropen verschillen opnieuw heel weinig. Dat is al de hele periode van de waarneming het geval. Verder is hier niet zo heel veel te zien.

Laat ons nu kijken naar de statistieken voor de afzonderlijke regio’s;

De afwijkingen van het noordelijk halfrond zijn opnieuw een stuk hoger dan die van het zuidelijk halfrond. Voor het noordelijkhalfrond waren er nauwelijks negatieve waarden en voor het zuidelijk halfrond waren er nauwelijks positieve waarden. Ook dit is al een tijdje aan de gang en kan samenhangen met el Nina maar ook met de vaak zeer hoge waarden voor het noordpoolgebied. Er is vrijwel geen spreiding rond het gemiddelde van de topen die ook maar weinig afwijken met het globale patroon. Het noordpoolgebied en het zuidpoolgebied laten weer een grote spreiding zien rond hun gemiddelde. Dat is op zich niets bijzonders. Dat patroon zie je al tijden.

Laat ons nu het verloop van de afwijkingen bekijken voor de maand januari. Deze zijn per dag verzameld voor de Aarde als geheel en voor de regio’s. Dit plaatje ziet er als volgt uit;

De grote spreiding van het noordpoolgebied rond het gemiddelde komt voort dat ook in januari de afwijking van het noordpoolgebied flink is verminderd. Het is voor het eerst in tijden dat we hier weer negatieve waarden waarnemen. De afwijking van het zuidpoolgebied zijn juist toegenomen. Ook het noordelijk halfrond laat een afname zien ook al is die minder extreem dan die voor het noordpoolgebied.

tenslotte wil ik het geheel afsluiten met twee plaatjes die het verschil laten zien tussen de echte temperaturen die er heersen en hoe de temperatuuranomalie er uit ziet. Beide plaatjes geven de situatie voor het noordpoolgebied weer op de zelfde dag;

Het linke plaatje geeft de echte temperaturen weer voor zaterdag 30 januari 2021. Het is heel koud in het noordpoolgebied. Dat is logisch. het is er winter en poolwinters zijn heel koud. De zon komt niet boven de horizon uit. De hoeveelheid zonne-energie is nul. Het rechter plaatje laat de afwijking zien voor iedere pixel van het gebied ten opzichte van het gemiddelde van de basisperiode 1979-2000. In Siberië, Alaska en Noordwest Europa is het een stuk kouder dan gebruikelijk. In Oost Europa en west Canada is het juist een stuk warmer dan gebruikelijk. Dat valt goed op door met kleuren te werken. Blauwe kleuren voor kouder dan normaal. Hoe groter de afwijking hoe donkere de kleur. En rode kleuren voor gebieden die warmer dan normaal zijn. Ook hier geldt hoe groter de afwijking hoe donkere de kleur. Het valt op dat in het noordpoolgebied tegelijkertijd gebieden zijn die veel kouder dan normaal zijn en veel warmer dan normaal zijn maar slechts heel weinig gebieden die normaal zijn. Dit is heel typisch blijkbaar voor de poolgebieden.

Voor zover de update voor de maand januari. Wat gaat de toekomst ons brengen? Op de langer termijn zal de opwarming zich voortzetten. De CO2-emissies zijn weliswaar een stuk lager door de Lock down maar zijn nog altijd hoog. Het CO2-gehalte zal dus blijven stijgen en dus zal de opwarming gewoon door gaan. Maar mede door het La Nina verschijnsel zal het misschien iets vertragen.

Geplaatst in Rubriek, temperatuur anomalie | Tags: , , , | 2 reacties

Rubriek duurzaamheid – januari 2021

Opnieuw is het nodig om aandacht te besteden aan het Stikstof dossier. Een echt hoofdpijndossier is het inmiddels. Maar dit komt toch in hoofdzaak voort uit het feit dat de politiek de boeren, de huizenbouwers en weg en wegenbouwers niet moeilijk wil maken. Deze sectoren zijn heel belangrijk voor onze economie. En zolang economische overwegingen zwaarder wegen dan overwegingen zoals natuur, milieu en volksgezondheid zal het wel nooit tot oplossing komen. Niet dat het ontbreekt aan goede voornemens. Ook in de politiek is men een al welwillend. Er zijn massa’s goede voornmens alleen worden ze niet uitgevoerd. Op dit vlak scoort Nederland heel slecht. Het maakt niet uit om wel beleidsterrein het gaat . Steeds zien we het zelfde verschijnsel; Vaak heel ambitieuze voornemens en dan komt het prijskaartje in zicht en besluit men toch vooral te kiezen voor maatregels waar men zo min mogelijk last van heeft. Mar er is een wetmatigheid die zegt dat maatregels waar je geen last van hebt ook geen baat van zult hebben. Helaas lukt het zo nooit om grip te krijgen op de problemen. Daar bij moet men vaststellen dat de belanghebbenden goed georganiseerd zijn en er geen enkel probleem mee hebben om desnoods met harde acties hun eisen kracht bij te zetten. De eisen zijn altijd het zelfde. Ze willen geen last hebben van de voorgenomen maatregelen en ongehinderd hun geld kunnen verdienen. Want geld verdienen geldt in Nederland als plicht. Het komt voort uit ons aangeboren Calvinisme blijkbaar;

Een serielinks uit de Nederlandstalige mainstream online nieuws sites;

22/01 – Nederlandse landbouwexport ligt op koers voor nieuw record

22/01 – Ondanks coronacrisis nieuw landbouwexportrecord: 95 miljard euro

25/11 – ‘Agrarische topvervuilers houden Nederland op slot’, branche bestrijdt conclusie

25/11 – ‘Door slechts enkele agrarische topvervuilers kunnen we geen huizen bouwen’

25/11 – ‘Kleine groep veehouders verantwoordelijk voor extreem hoge stikstofuitstoot’

25/11 – Geheime stikstof-info drijft wig tussen Limburg en Rijk: ’Bizar’

01/12 – Groot deel kalverboeren rond Veluwe wil zich laten uitkopen, extra geld nodig

09/12 – Schouten sluit stikstofdeal met oppositie, maar chagrijn blijft

09/12 – Provincie Overijssel blij met miljarden van het Rijk voor verbetering stikstofgevoelige natuur

10/12 – Boeren en Natuur en Milieu Overijssel niet blij met stikstofwet

10/12 – Weerstand tegen Kamermeerderheid voor stikstofwet: ‘Dweilen met kraan open’

10/12 – Schouten vindt steun bij oppositie voor bekritiseerde stikstofwet

11/12 – Ook blokkades distributiecentra supermarkten in Heerenveen, Raalte

12/12 – Voor tweede dag op rij boerenprotesten bij distributiecentra en supermarkten

12/12 – Supermarkt Albert Heijn over boerenacties in Zwolle: ‘Niet de juiste weg’

12/12 – Protesterende boeren in Raalte negeren coronaregels: ‘Sympathie voor ons is er nog’

12/12 – Duizenden supermarktklanten zonder boodschappen door boerenprotest

12/12 – Burgemeester Snijders [Zwolle] roept op tot ‘landelijke oplossing’ voor prijs van boerenproducten

13/12 – Burgemeester Zwolle wil landelijke regels voor boerenprotesten: ‘Grens overschreden’

14/12 – Opnieuw boerenacties, distributiecentrum Jumbo Breda geblokkeerd

15/12 – Blokkades van distributiecentra door boeren voorlopig van de baan

02/01 – Boerderij omstreden varkenshouder Straathof in Mariënheem verkocht

06/01 – Nieuwkoopse boeren verleasen stikstofruimte aan industrie

08/01 – FDF-leden naar huis van Bennie Jolink: ‘Mijn familie vond het intimiderend’

13/01 – Veel boeren hebben nog geen opvolger klaarstaan

14/01 – Onderzoek: klagende boer heeft geen recht van spreken

15/01 – Balende boeren aan de grens: de stikstof uit België komt zo overwaaien

15/01 – Aardappelberg voor hoofdkantoor van supermarktkoepel CBL

21/01 – Biologische landbouw groeit, maar minder boeren stappen over

28/01 – Brabantse boeren naar België, op de vlucht voor strenge stikstofregels

29/01 – Plan om Reggedal bij Sallandse Heuvelrug te trekken: nationaal park ruim tien keer zo groot

Hier mee sluiten we deze update over het stikstof dossier af. Het zal beslist nog een gevolg krijgen. Dat kan niet uitblijven. De bestaande maatregelen zullen onvoldoende zoden aan de dijk zetten. En uiteindelijk zal de Hoogste Rechtsinstantie namelijk de Europese Rechter zich hier weer over uitspreken en dan zijn we weer een paar jaar verder en wie dan leeft die dan zorgt. Van uitstel kan heel goed ook afstel komen maar het blijft sneu voor het milieu. Wat opvalt is dat het vooral gaat over de bouwboeren en de weg en wegenbouwers die niet aan de slag kunnen zoals ze graag zouden willen. Over de volksgezondheid wordt niet eens gesproken. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Nederland ook in het bestrijden van de corona pandemie helemaal onderaan bungelt op de ranglijst van landen;

Covid-prestatie-index: Nederland op 76e plaats

Geplaatst in duurzaamheid, europa, Rubriek, stikstof | Tags: , , , , , , , , , , | 4 reacties