Deel 3a – Aanvulling verband tussen CO2 en opwarming

Deel 3a – aanvulling op het verband tussen CO2 en opwarming

Inleiding

In deel 1 en 1a ging het om de opwarming van de Aarde. Vast gesteld werd dat de Aarde opwarmt. In deel 2 en 2a ging het om de stijging van het CO2-gehalte. Vast gesteld werd dat de stijging van het CO2-gehalte door de mens veroorzaakt wordt. Er zijn meerdere varianten voor de ontwikkeling van het CO2-gehalte opgesteld. Voor de onderzochte periode zijn alle 4 varianten even goed maar voor de voorspellingen van CO2-gehalte aan het eind van deze eeuw lopen de waarden sterk uiteen. Ook is vastgesteld dat er een groot verschil ontstaat in het CO2-gehalte tussen de scenario’s Business as Usual (BasU) en stabilisatie op het huidig hoog niveau (stabilisatie). Bij het scenario stabilisatie zal het CO2-gehalte aan het eind van deze eeuw een stuk lager uitvallen dan bij BasU. Het overgaan van het ene naar het andere scenario is moeilijker dan gedacht.

In deel 3a gaan we ons bezig houden met het verband tussen opwarming van de Aarde en het stijgen van het CO2-gehalte van de atmosfeer over de periode 1948 t/m 2020. Dit doen we met behulp van regressie analyse tussen de opwarming en het CO2-gehalte. Het verband kan men lineair vaststellen of logaritmisch. We zullen zien dat dit voor de onderzochte periode statistisch geen verschil maakt maar opnieuw een groot verschil voor de voorspellingen voor het eind van deze eeuw. In deel 2 en 2a ging het om voorspellingen voor de hoogte van het CO2-gehalte. In deel 3a gaat het om voorspellingen van de hoogte van de temperatuur anomalie ten opzichte van de basisperiode van de onderzochte periode. De basisperiode zal worden aangepast om de voorspelde opwarming vergelijkbaar te maken met de afspraken die in het Akkoord van Parijs zijn vastgelegd. In dit Akkoord is afgesproken dat de opwarming maximaal 2°C mag bedragen ten opzichte van het begin van de industriële revolutie. Aanbevolen is om het te beperken tot maximaal 1,5 °C om aan de veilige kant te blijven. Gekeken wordt in hoeverre dit gaat lukken. Met BasU uiteraard niet. Dit scenario volgen we nu al 75 jaar en heeft ons juist in de problemen gebracht. Maar kan de het lukken om op het scenario van stabilisatie te komen? We zullen zien of en voor welke combinatie  dit mogelijk zal zijn. Over de vraag of het gaat lukken om het scenario stabilisatie te kiezen in plaats van BasU gaat dit artikel niet. Het is aan ons, dat wil zeggen de politiek en bedrijfsleven om hier voor te zorgen. Gewone mensen kunnen het verschil niet maken. Daar is onze individuele bijdrage aan het probleem te klein voor. De grote jongens kunnen en moeten dit doen. Zullen ze bereid zijn om de overgang te maken naar het scenario stabilisatie? In dit deel houden we ons evenmin bezig bezig met het theoretische verband. Dit komt later aan de orde. Hier gaat het alleen om het statistisch verband. Maar het verband wordt door de meeste klimaat wetenschappers als betekenisvol beschouwd.

Het verband tussen CO2 en opwarming

In deel 1 en 1 a ging het om de opwarming. Vastgesteld werd dat de Aarde opwarmt. De mate van opwarming is in de poolgebieden veel hoger dan in de rest van de wereld. Verder werd vastgesteld dat het noordelijk halfrond behalve opwarming ook te maken had met perioden waarin de opwarming niet plaatsvond. Het heeft te maken met processen als dimming en brightening. Het zuidelijk halfrond heeft daar geen last van gehad. In deel 2 en 2a ging het om de stijging van het CO2-gehalte. Deze stijging kan verklaard worden met 4 varianten voor de CO2-ontwikkeling die over de onderzochte periode even goed voldoen. Maar voor de projecties voor het einde van deze eeuw laten ze een groot verschil zien. In dit deel 3a-aanvulling gaan we in op het verband tussen de opwarming van de Aarde en de stijging van het CO2-gehalte. Laten we eerst eens weergeven hoe beide variabelen over de onderzochte periode  1948-2020 er uitzien. Deze periode kiezen we omdat we dit ook deden voor deel 1a. De gebruikte data laat toe om zowel globaal als voor het zuidelijk halfrond te onderzoeken hoe de ontwikkeling voor opwarming en CO2-gehalte er uit ziet;

Figuur 1 – AGW en CO2 – globaal

Figuur 2 – AGW en CO2 – zuidelijk halfrond

Uit de beide grafieken kan men de opwarming van de Aarde duidelijk afleiden zowel globaal als voor het zuidelijk halfrond. De regressielijnen laten zien dat de opwarming lineair verloopt. Het tempo van de trendmatige opwarming is 0,013°C per jaar globaal en 0,012°C per jaar voor het zuidelijk halfrond. Het CO2-gehalte stijgt exponentieel. De r.kwadraten van de regressies zijn hoger dan 0,5 en dat is voldoende. Het gaat er nu om het verband tussen de opwarming en het CO2-gehalte vast te stellen. Dit kunnen we op 2 manieren doen namelijk lineair of logaritmisch. De theorie gaat er van uit dat het verband logaritmisch behoort te zijn. De resultaten van de regressie analyse staan in tabel I;

Tabel I – De verbanden

Hoewel de theorie er van uitgaat dat de samenhang logaritmisch behoort te zijn en de figuren 1 en 2 dat ook min of meer doen veronderstellen, is er geen wezenlijk verschil in de r.kwadraten te vinden tussen beide mogelijke verbanden. Ze zijn bijna even hoog. De r.kwadraten zijn ruim boven de 0,5. Dat is dus voldoende. Maar ook hier is er geen verschil over de onderzochte periode. Er is blijkbaar te veel ruis op het signaal om het verschil te kunnen maken. We zullen dan ook voor de projecties voor het einde van deze eeuw beide verbanden mee nemen in ons onderzoek. Ook zullen we zowel het globale als wel het zuidelijk halfrond mee nemen. Het is enigszins verrassend dat het globale verbanden beduidend beter scoren. Dit kan er aan liggen dat het zuidelijk halfrond veel meer ruis bevat dat door el Nino en la Nina veroorzaakt is. Het is lastig om dit uit het signaal te verwijderen. Beide vormen van wat men ENSO noemt veroorzaken aanzienlijke ruis niet alleen op de temperatuur maar ook op het CO2-gehalte. Dit haalt de r.kwadraten omlaag en kan er toe leiden dat je niet het verwachte verschil ziet in het soort verband tussen beide grootheden. Het zou interessant zijn om uit te zoeken of er een eenvoudige manier bestaat om te corrigeren voor ENSO zowel voor de temperatuur als wel het CO2-gehalte. Misschien dat je dan een beter zicht krijgt op het soort verband. Maar dat is heel veel werk en dus voor een andere keer. Nu we de verbanden hebben tussen opwarming en CO2-gehalte kunnen we er toe over gaan om de projecties voor het einde van deze eeuw weer te geven.

De projecties voor het einde van deze eeuw

In deel 2 hebben we al voor beide scenario’s en voor alle 4 varianten projecties gemaakt voor het te verwachten CO2-gehalte aan het einde van deze eeuw. Nu met de verbanden tussen CO2 en de opwarming we het zelfde doen voor de te verwachten opwarming aan het eind van deze eeuw. De uitkomsten zijn afhankelijk welke van de 2 scenario’s uit zal komen. Dat weten we niet vandaar dat we beide scenario’s mee nemen plus de 4 varianten en de 2 verbanden. Het is zoeken naar een manier om dit zo weer te geven dat er  zinvolle informatie uit de analyses te voorschijn komt. De meest geschikte vorm is een tabel met toelichting. De tabellen geven eerst het te volgen scenario weer, Business as Usual of stabilisatie op huidig hoog niveau. Dan volgt het soort verband tussen opwarming en CO2. Is het lineair of logaritmisch. Dan volgen de 4 varianten die in deel 2 zijn geformuleerd. In de tabel wordt het te verwachten CO2-gehalte weergegeven aan het eind van deze eeuw en de te verwachte opwarming ten opzichte van de basisperiode 1979-2000;

Tabel II – Projecties opwarming voor basisperiode 1979-2000 – BasU

In deze tabel gaat het om de te verwachten opwarming ten opzichte van de basisperiode 1979-2000 aan het einde van deze eeuw als we doorgaan zoals we dit al zeker 75 jaar doen, dat wil zeggen vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog. Deze gang van zaken noemen we Business as Usual afgekort tot BasU. Het is niet dat we niks gedaan hebben in al die jaren maar het is niet genoeg geweest om in een volgend scenario aan te belanden. Daar was veel meer voor nodig dan heeft plaatsgevonden. Ik ben geen optimist. Ik heb dan ook geen reden om aan te nemen dat het deze keer wel lukt om weg te komen van het scenario BasU naar het scenario stabilisatie. Dat is ook de reden dat ik geen scenario onderzoek dat uitgaat van reducties van de CO2-emissies op globaal niveau. Dit gaat niet gebeuren. Dus is het eenvoudig de moeite niet waard. Daarvoor kost het te veel moeite en te veel tijd. Vandaar alleen dit alternatief maar wel mogelijk scenario;

Tabel III – Projecties opwarming voor basisperiode 1979-2000 – stabilisatie

In deze tabel gaat het om de te verwachten opwarming ten opzichte van de basisperiode 1979-2000 aan het einde van deze eeuw als we vanaf nu wel genoeg doen om in het volgende scenario te komen en dat is stabilisatie van de CO2-emissies op het huidig hoog niveau afgekort als STABilisatie. Dit is tot nu toe nooit gelukt. Dat wil zeggen er zijn massa’s landen die wel aan dit en zelfs aan het scenario van reductie van de CO2-emissies voldoen maar globaal zijn we er niet toe gekomen en dat is wat telt. Ook landen als China zullen hun alsmaar stijgende CO2-emissies op zijn minst dienen te stabiliseren. Dit kan onder anderen gebeuren door de meest vervuilende manieren om stroom op te wekken te vervangen door schonere vormen. Kolencentrales kun je bijvoorbeeld vervangen door gasgestookte elektriciteitscentrales. Dat scheelt alvast een slok op een borrel. Alle kleine beetjes helpen en er is veel meer mogelijk dan we geneigd zijn om te denken. Ons denken zit te veel vast in zwart wit redeneringen. In alles of niets oplossingen. Er zijn ook tussenoplossingen mogelijk. Rome is tenslotte ook niet op een dag gebouwd. Het is dus wel degelijk mogelijk om van scenario te wisselen maar dat is niet eenvoudig, niet gratis en vereist veel meer inspanningen dan we geneigd zijn te denken. Het probleem is dat we dynamisch dienen te redeneren en niet statisch. Door de vanzelfsprekendheid van economische groei zal ook de vraag naar energie blijven groeien. Men kan weliswaar efficiënter gaan werken en daarmee de groei naar energie afremmen maar dit alleen is niet genoeg. Dit doen we immers al heel lang. BasU wil niet zeggen dat je niets doet. Je doet alleen niet genoeg. Laat ons ter afsluiting nog een tabel weergeven met alleen de te verwachte verschillen tussen de beide scenario’s;

Tabel IV – Verschillen tussen de beide scenario’s

Het gaat voor deze tabellen vooral om de verschillen die optreden die dan weer afhankelijk zijn van de gekozen combinatie van scenario, verband en variant. De opwarming in graad Celsius is ten opzichte van de basis periode van 1979-2000. Maar het wordt pas interessant als we het geheel aan projecties afzetten tegen de afspraken die gemaakt zijn in het Akkoord van Parijs uit 2015. In dit Akkoord hebben de landen afgesproken dat de opwarming van de Aarde aan het eind van deze eeuw beperkt dient te worden tot maximaal 2°C. Maar het zou goed zijn als men voldoende maatregelen zou nemen om de opwarming onder de 1,5°C te kunnen krijgen. De vraag is natuurlijk welke basisperiode men in dit Akkoord in gedachte heeft. Hier over gaat de volgende paragraaf.

Het Akkoord van Parijs

In het Akkoord van Parijs heeft de wereld afgesproken dat de opwarming van de Aarde beperkt dient te worden tot maximaal 2°C boven het pre-industrieel niveau en bij voorkeur lager dan 1,5°C. Om de combinaties te kunnen beoordelen moeten we de basisperiode van de onderzochte periode van 1979-2000 terug brengen naar een basisperiode die pre-industrieel is. In het Akkoord is deze basisperiode niet specifiek vast gelegd. Het IPCC heeft hiervoor de periode 1850-1900 voor genomen. Mijn eigen bestand met het gemiddelde voor de meest gangbare tijdreeksen begint echter pas in 1880. De basisperiode voor het pre-industrieel is dan noodzakelijke wijs beperkt tot de periode 1880-1900. Vandaar moeten we proberen vast te stellen hoeveel we bij moeten tellen  om op de basisperiode van 1979-2000 te komen die door Climate Reanalyzer wordt gehanteerd. Grafisch ziet deze verplaatsing in basisperioden  er als volgt uit;

Figuur 3 – Aanpassing van de basisperiode naar Akkoord van Parijs

Het komt er op neer dat je het verschil tussen het gemiddelde voor de periode 1880-1900 en dat voor 1979-2000 bij de opwarming van de tabellen optelt. Dan kun je de vraag beantwoorden of de combinaties wel of niet in de buurt komen van de afspraken zoals die zijn vast gelegd in het Akkoord van Parijs. Het gemiddelde voor de periode 1880-1900 is -0,356°C ten opzichte van de basisperiode 1961-1990. Het gemiddelde voor de periode 1979-2000 is 0,195°C. Beide gemiddelden bij elkaar opgeteld geven 0,551°C. Dit dien je op te tellen bij de opwarming zoals die in tabellen II en III zijn weergeven om deze vergelijkbaar te maken met de afspraken in het Akkoord van Parijs. Dit geeft voor het scenario BasU het volgende resultaat;

Tabel V – BasU vergeleken met Parijs

Het gaat vooral om de kleuren. Rood wil zeggen dat we (ver) boven de afspraken voor Parijs zullen komen. Dat hoeft ons niet te verbazen. Het scenario BasU volgen we nu al bijna 75 jaar en het is dit scenario dat ons in de problemen heeft gebracht. Het zal ons dan ook uiteraard niet verder helpen als we blijven doorgaan op deze weg. We zullen moeten zien om op een of andere manier op het meer gunstige scenario stabilisatie te komen. In dit scenario kunnen  we de volgende resultaten verwachten;

Tabel VI – Stabilisatie vergeleken met Parijs

Ook in deze tabel gaat het om de kleuren. Rood betekent dat we (ver) boven de afgesproken maximale opwarming van 2°C zullen uitkomen. Groen wil zeggen dat we onder de aanbevolen veilig geachte  opwarming van maximaal 1,5°C  ten opzichte van de pre-industrieel waarden zullen kunnen uitkomen. Alleen voor de beide FA varianten is het mogelijk om onder dit niveau uit te komen. Voor de beide ABF varianten gaat dit niet lukken. Ze komen boven de maximaal afgesproken opwarming van 2°C uit. Dit roept opnieuw de vraag op welke combinatie de meest waarschijnlijke is.

Welke combinatie is het meest waarschijnlijk

Laten we beginnen met het onderscheid opwarming globaal en het zuidelijk halfrond. Hier had ik eerlijk gezegd meer van verwacht. Bijvoorbeeld een beter onderscheid in het soort verband tussen CO2 en opwarming. Dat komt er niet uit. Dat is jammer. Het kan het gevolg zijn van extra ruis door  El Nino en La Nina, die veel sterker door werken op het zuidelijk halfrond dan globaal. Maar wat ook de oorzaak is het zuidelijk halfrond levert niet wat ik er van verwacht had. We kunnen dit onderscheid dan ook verder laten voor wat het is en ons concentreren op de globale opwarming.

Volgens de theorie hoort het verband tussen opwarming en CO2-gehalte logaritmisch te zijn maar over de onderzochte periode is er geen enkel verschil met een lineair verband tussen beide grootheden. Maar het gaat ook en vooral om de theorie. Statistiek is een hulp wetenschap en geen vervanging voor een theorie die verklaard waarom en hoe en welke mate een stijging van het CO2-gehalte leidt tot opwarming van de Aarde.

In deel 2 en 2a hebben we al vast gesteld dat de FA varianten theoretisch beter zijn dan de ABF. De laatste is slechts een verhoudingsgetal dat sterk schommelt over de onderzochte periode en in de tijd  voor deze periode vreemde en zelfs absurde waarden aanneemt. Dus de FA is waarschijnlijker. Verder lijkt het er op dat de varianten met een trendmatige verandering beter voldoen dan die met een vaste waarde.

Samengevat is de combinatie van globaal, logaritmisch en FA trendmatig de meest waarschijnlijk. Dat geldt voor beide scenario’s. Het lijkt er op dat de meest gunstige combinatie tevens de meest waarschijnlijkste is. Laat ons dan de resultaten bepalen en weergeven voor de meest waarschijnlijke combinatie voor beide scenario’s en kijken of er een kans is om de doelstellingen van Parijs te halen als we  ons beperken tot mijns inzien de hoogst haalbare en dat is stabilisatie op het huidig hoog niveau van CO2-emissies. Dit getuigt niet van een gebrek aan ambitie van van realiteitsbesef. Het is de wereld tot nu toe nog nooit gelukt om dit scenario blijvend vast te houden. Het is helemaal niet simpel. Zolang economische groei vanzelfsprekend is zal de vraag naar energie ook blijven groeien en deze groei zul je dan volledig dienen op te vangen met duurzame energiebronnen. Dit vergt enorme investeringen om dit vol te houden. Laat ons nu de tabel met de meest waarschijnlijke scenario’s weergeven met daarin de projectie van de opwarming over de tijd en wat je kunt verwachten van een verdubbeling van het CO2-gehalte sinds het begin van de industriële revolutie;

Tabel VII – De meest waarschijnlijke combinaties

De projectie van opwarming over de tijd komt prima overeen met het BasU scenario met een logaritmisch verband tussen CO2 en opwarming en met de variant FA trendmatige verandering. Dit komt ook overeen met wat je kunt verwachten van een verdubbeling van het CO2-gehalte. Je kunt dan aan het eind van deze eeuw een opwarming verwachten van meer dan 2°C en dat is hoger dan in het Akkoord van Parijs is afgesproken. Maar bij stabilisatie op het huidig hoog niveau van CO2-emissies kan men de doelstellingen van Parijs wel degelijk halen. Er is geen drastische reductie van de CO2-emissies nodig tenminste niet op globaal niveau. Natuurlijk alles wat men op dit vlak bereikt is mooi mee genomen. Maar stabilisatie globaal op het huidig hoog niveau zou voldoende moeten zijn. De toekomst ziet er niet zo rampzalig uit als menigeen vreest. Er is hoop. Nu moeten we alleen nog aan het werk en zorgen dat de stabilisatie ook daadwerkelijk wordt gehaald. Zoals al eerder gezegd getuigd het niet van gebrek aan ambitie. Het zal bloed, zweet en tranen kosten om daar te komen. Tot nu toe zijn we alleen maar gefixeerd geweest om energie te sparen. Energie kost nu eenmaal geld en is opnieuw heel duur aan het worden. Laten we het geheel nu afsluiten met de conclusies en met een literatuurlijst.

Conclusies

Conclusies uit het onderzoek puntsgewijs weergegeven;

  • Uit de aanvullingen op deel 1 – De opwarming en deel 2 – De toename van het CO2 volgt nut en noodzaak om ook deel 3 – Het verband tussen CO2 en opwarming eens grondig door te nemen of het nog wel voldoet en vast stellen dat er ruimte is om een aanvulling toe te voegen. Dit is het huidige artikel deel 3a.
  • Uit de tijdreeksen voor opwarming blijkt dat deze lineair verloopt maar wel met veel ruis op het signaal. Uit de tijdreeks van het CO2-gehalte blijkt dat deze exponentieel stijgt en zo te zien met weinig ruis. De r.kwadraten van de opwarming over de tijd is op zich al vrij hoog. Een regressie van de opwarming over de tijd verondersteld een trits van mogelijke, denkbaar en ondenkbare oorzaken en een geheel van positieve en negatieve terugkoppelingen die min of meer stabiel zijn over de tijd. Ook al hebben we dit op geen enkel wijze onderzocht dit is wat we aannemen. Dit is mijn uitgangspunt waarop je modellen over de opwarming kunt beoordelen. Het is het meest simpele model denkbaar.
  • Het verband tussen CO2 en opwarming kunnen we op 2 manieren weergeven. Namelijk lineair of logaritmisch. Over de onderzochte periode, 1948-2020, vinden we geen enkel verschil. Ook blijkt het globale verband sterker te zijn dan die voor het zuidelijk halfrond. Dit komt enigszins als een verrassing. Op grond van de grafieken lag een logaritmisch verband meer voor de hand plus dat het zuidelijk halfrond een beter beeld zou geven maar dit is niet uitgekomen. De theorie schrijft een logaritmisch verband voor maar omdat ik geen enkel verschil vindt met het lineair verband neem ik beide mee in de projecties voor de opwarming aan het eind van deze eeuw.
  • Het is mogelijk dat na correctie voor ENSO (el Nino en la Nina gebeuren) er wel een duidelijk verschil is tussen de beide verbanden. Maar zo’n correctie is een tijdrovend gebeuren en is daarom achterwege gebleven. Misschien dat het er ooit nog van komt.
  • De projecties voor het eind van deze eeuw zijn geen voorspellingen maar slechts schattingen gebaseerd op bepaalde aannames. Als deze aannames niet plaatsvinden zullen de uitkomsten sterk af kunnen wijken. Klimaatwetenschappers hebben geen flauw idee wat er werkelijk gaat gebeuren in het jaar 2100 of bij een verdubbeling van het CO2-gehalte. In het jaar 2100 zijn we waarschijnlijk allemaal al dood en zullen we nooit weten wat er van onze projecties terecht is gekomen. Dat is een belangrijk bezwaar tegen de manier waarop klimaatwetenschappers bezig zijn. De projecties zijn niet toetsbaar en dat is een basisvoorwaarde voor echte wetenschap. De uitspraken dienen toetsbaar en daarmee controleerbaar te zijn. Dat zijn ze zo nauwelijks. Ook een veel gebruikt begrip als klimaatgevoeligheid bij verdubbeling van het CO2-gehalte is niet controleerbaar. Het gehalte is niet verdubbelt en dat zal misschien ook nooit gebeuren. Ook klimaatwetenschappers dienen zich veel meer bewust te zijn van deze manco in de manier waarop ze bezig zijn. Zijn ze dit wel in voldoende mate? Ze hebben net zomin als iemand anders een kristallenbol die hun verteld wat er zal gebeuren. Het is goed om dit te beseffen. Het lijkt te vaak vergeten te worden.
  • Business as Usual wil niet zeggen dat we niets gedaan hebben om de CO2-emissies terug te dringen. Dat deden we wel degelijk maar niet als doel op zich maar om zuiniger en efficiënter met energie om te gaan. Energie is nu eenmaal niet gratis. Het wordt duur betaald en is slechts een middel om nuttige arbeid te verrichten zoals het verwarmen en verlichten van onze huizen en nog veel andere nuttige dingen. Verspilling is iets wat we proberen te voorkomen door te bezuinigen erop. Denk aan spaarlampen en isolatiemaatregelen. Maar uiteindelijk doen we te weinig om globaal de omslag naar het scenario stabilisatie van de CO2-emissies op het huidig hoog niveau mogelijk te maken.
  • De resultaten van de projecties zijn in tabelvorm weergeven. De tabellen bevatten schattingen van de opwarming ten opzichte van de basisperiode 1979-2000 per scenario, verband en variant. Het is veel data die zeer grote verschillen laten zien. De verschillen komen tot stand op grond van aannames over van alles en nog wat. Het is zaak om je hier van bewust van te zijn. De aannames dien je zo veel mogelijk uit te werken. Dat scheelt hopelijk een heleboel misverstanden.
  • De volgende stap is om de schattingen over de opwarming te vergelijken met het Akkoord van Parijs. Dit akkoord werd in 2015 afgesloten. In dit akkoord werden afspraken gemaakt tussen landen  om de opwarming te beperken tot maximaal 2°C ten opzichte van het pre-industrieel niveau en het liefst onder de 1,5°C uit te komen voor alle zekerheid. Het niveau van pre-industrieel is in het akkoord niet nader vastgelegd.
  • Het IPCC heeft pre-industrieel vastgelegd als de afwijking tot het gemiddeld over de periode 1850-1900. Mijn eigen bestand met daarin alle gangbare tijdreeksen en het gemiddelde hiervan begint pas in 1880. Vandaar de keuze om pre-industrieel te definiëren als afwijking ten opzichte van 1880-1900. Hiermee kun je de schattingen met basisperiode 1979-2000 aanpassen door het verschil bij alle schattingen over de opwarming op te tellen. Het verschil tussen beide basisperioden bedraagt 0,551°C. Dit tel je er bij op en de resultaten zijn vergelijkbaar met het Akkoord van Parijs.
  • Met het scenario BasU gaat het uiteraard niet lukken. Dat viel ook niet te verwachten. Het is juist het consequent blijven volgen van dit scenario nu al 75 jaar lang dat ons in de problemen heeft gebracht.
  • Voor het scenario stabilisatie is het beeld gemengd. Voor de ABF varianten gaat het niet lukken. Je komt ook dan boven het maximum van 2°C uit. Maar voor de FA varianten kan het wel lukken. Dit geldt voor beide verbanden tussen CO2 en opwarming. Dit roept natuurlijk de vraag op welke combinatie van scenario, verband en variant het meest waarschijnlijk is.
  • Er zijn twee manieren. Een is theoretisch. Volgens de theorie is er een logaritmisch verband tussen CO2 en opwarming. Volgens deel 2 is de FA variant het meest waarschijnlijk. Ook de varianten met een trendmatige verandering lijken waarschijnlijker te zijn dan die met een vaste waarde. Het te volgen scenario is een keuze. Deze is te maken door overheden en grote bedrijven. Gewone mensen kunnen weinig doen. Hun individuele bijdrage is te gering. Hier is een collectieve inspanning voor nodig. De mensheid als geheel dient op te treden. Alle landen dienen hun bijdrage te leveren. Als China niets doet maakt de bijdrage van een klein land als Nederland niet veel uit. Het gaat namelijk om de globale CO2-emissies.
  • Er is weinig reden tot optimisme over het te volgen scenario. Al 75 jaar lang, sinds het einde van WO II is de mensheid steeds weer terug gevallen naar het oude vertrouwde scenario van BasU. Er is weinig reden om aan te nemen da het deze keer eens anders gaat. Gevestigde belangen laten nu eenmaal weinig ruimte voor een alternatieve koers die nu eenmaal niet in hun belang is. Dit is dan ook de reden dat ik geen aandacht besteed aan scenario’s met globale aanzienlijke reducties van CO2-emissies. Dit gaat gewoon niet gebeuren. Zonde van de tijd en moeite dit verder uit te werken. Beperk je tot dat gene wat het hoogst mogelijk is en dat is stabilisatie op het huidige hoog niveau van CO2-emissies.
  • De tweede manier om de combinaties te beoordelen is om te kijken wat er gebeurt als je de opwarming over de tijd vooruit projecteert. Je gaat er dan uit van het scenario BasU gevolgd gaat worden. En dat is alles behalve onredelijk als aanname. Dit geeft een opwarming van iets boven de 2°C. Dat is evenveel als de combinatie van BasU, logaritmisch verband en FA trend variant. Dit is dus ook om deze reden het meest waarschijnlijke wat er zal gebeuren.
  • Het resultaat van de meest waarschijnlijke combinatie komt overeen met wat je kunt verwachten van een verdubbeling van het CO2-gehalte ten opzichte van het pre-industrieel niveau.
  • Wat nu moet gebeuren is het toevoegen van de betrouwbaarheidsmarges. Zonder dit is een uitkomst in feite nietszeggend. Een uitkomst van iets plus minus 100 procent is totaal zinloos. Het dient een stuk kleiner te zijn. Maar hoe bepaal je de marges rondom de midden waardes? Dat is iets voor een volgende keer.
  • Kort samengevat; Als de mensheid kiest voor het scenario stabilisatie op het huidig hoog niveau en als het logaritmisch verband tussen CO2 en opwarming het meest waarschijnlijk is en de FA variant  theoretisch beter is dan de ABF, is het misschien mogelijk om de opwarming van de Aarde onder de in het Akkoord van Parijs afgesproken maximum van 2°C te krijgen. Mocht blijken dat de variant met trendmatige verandering beter is dan die met een vaste waarde dan kan men zelfs onder de 1,5°C komen die door klimaatwetenschappers als veiliger waarde wordt gezien. Dit is alles behalve een geringe opgave die zou getuigen van een gebrek aan ambitie. Het betekent dat zolang economische groei als vanzelfsprekend wordt beschouwd de onvermijdelijke groei van de vraag naar energie volledig gevoed dient te worden uit duurzame bronnen van energie. Het is mogelijk. Of het ook gebeurt weet ik niet. Tegen het eind van de eeuw ben ik al lang dood en zal nooit weten wat er zal gebeuren. Ik heb er zelf nauwelijks invloed op. Ik kan slechts mijn eigen keuzes maken en hopen dat overheden en grote bedrijven in actie komen. Alleen zij kunnen het verschil maken. Een beter klimaat begint niet bij mij zelf en zal ook niet met mij eindigen. Uiteindelijk zullen we niet meer zijn dan passanten op de eindeloos stroom van de tijd en het leven. Hier mee wil ik dit deel uit de serie afsluiten.

Voor zover de conclusies uit deel 3.

Literatuurlijst

Overzicht serie artikelen over antropogeen CO2

Overzicht nieuwe serie artikelen

Deel 1 – De opwarming van de Aarde

Deel 1a – Aanvulling voor de opwarming van de Aarde

Deel 2 – De toename van CO2

Deel 2a – Aanvulling op de toename van CO2

Deel 3 – Het verband tussen CO2 en opwarming

Wikipedia – Akkoord van Parijs – NL en Eng

Wikipedia – Scenarioplanning

Wikipedia – Scenario-studie

Wikipedia – Business as Usual

Wikipedia – Business continuity planning

Climate reananlyzer.org

La Nina en el Nino datasite

Wereldbank data CO2-emissies

Over Raymond Horstman

Onderzoeker, analist, schrijver. Havo B-pakket, HBO analytische chemie en propedeuse Bestuurskunde aan de Universiteit van Twente. Een brede belangstelling in algemene zaken en een bijzondere interesse in klimaatstudies. Mijn woonplaats wordt door een bekend schrijver die er gewoond heeft omschreven als het "onliefelijk stadje E.". Een bekend dichter had het over het einde van de spoorlijn. Het is een fijne stad om in te wonen. Kort samengevat: E. heeft het!
Dit bericht werd geplaatst in artikel, opwarming, temperatuur anomalie, wetenschap en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Deel 3a – Aanvulling verband tussen CO2 en opwarming

  1. Pingback: Overzicht van de nieuwe serie artikelen | Raymond FANTASTische Horstman

  2. picpholio zegt:

    Bedankt voor deze zeer interessante uiteenzetting. Hoe dit alles ooit zijn vervolg zal krijgen, ligt inderdaad niet in de handen van de kleine man. Zeker niet als die kleine man sterk gebonden blijft aan luxe en vooruitgang, want uiteindelijk stimuleren wij zelf deels de groei van de economie.
    Volgens mij is er meer nodig dan inspanningen op technologisch vlak, ook de mens zelf zal zijn leven grondig moeten gaan bijsturen. Of dat ooit zal gebeuren…. dat is zeer de vraag. Kijk maar hoe snel mensen dingen weer vergeten na bv. de corona-versoepelingen. Er wordt weinig of niets uit geleerd met gevolg dat ook die boosdoener weer gretig de kop begint op te steken – en al zeker bij de niet-gevaccineerde terug slachtoffers zal eisen. Benieuwd hoe het zal lopen… niet meteen voor mezelf maar voor de generaties die komen !

    Geliked door 1 persoon

  3. meninggever zegt:

    Het blijven theoretische benaderingen. Men uitsluiting van het nodige realisme. Immers, als deze theorie en berekeningen al bewijsbaar zouden zijn, wat moet er dan gebeuren denk je? Stopzetten van de economie? Stopzetten bevolkingsgroei? Stopzetten consumptie? Eten? Of wijzen we als altijd weer naar bepaalde sectoren en vrijwaren anderen om politieke redenen? Ieder kan zijn eigen verhaal onttrekken aan dit soort berekeningen. Uit mijn informatie blijkt dat de Zuidpool aangroeit als nooit tevoren en dat Siberie intussen in de -60 graden overdag verkeert. El Ninja effect wordt verwacht als heftig voor komende seizoen. De mens oorzaak? Vulkanen die bewezen uitstoot verzorgen (binnen 7 dagen was de uitstoot van de vulkaan op La Palma hier) worden ineens niet meegeteld? Omdat die vervuiling niet door mensen wordt veroorzaakt en dat moet en zal worden bewezen? Net als de linkse methode om andere binnenwaaiende vervuiling of uitstoot (16%) niet mee te tellen en in het ergste geval zelfs toe te schrijven aan de luchtvaartsector. Het blijft wringen met al die onderzoeken en bewijzen. Zeker als je vooral erg kijkt naar het een (grote jongens) maar niet naar het andere (overbevolking, massa-immigratie, verstening groen gebied). Reken nu eens terug naar ‘toen’ en de hoeveelheid mensen die we kenden rond 1900, dan rond 1950 en daarna 2021. Dan zet je iets neer wat hout snijdt. Nu is het toch vooral theorie en wijzen naar hen die het op moeten lossen die het gevolg zijn van het kernprobleem, te veel mensen op een planeet die dat eigenlijk niet aan kan…

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.