Deel 1 – De opwarming van de Aarde

De opwarming van de Aarde

Voorwoord

Dit artikel maakt deel uit van een serie artikeltjes dat ik overweeg te schrijven over de opwarming van de Aarde en de meest waarschijnlijke oorzaak  hiervan en dat is de stijging van kooldioxide in de atmosfeer. In deze serie probeer ik om op een overzichtelijke wijze inzicht te krijgen en weer te geven hoe de opwarming van de Aarde plaatsvindt. Het betreft nieuw werk waarvoor al het een en het ander aan onderzoek is verricht. In deze serie zal ik daar waar nodig of zinvol ook aandacht geven aan eerder onderzoek dat ik op deze blog heb gepubliceerd. Het eerste artikel onderzoekt of en hoe de opwarming van de Aarde heeft plaatsgevonden. Hierin passen de recente artikeltjes over dimming en brightening. In het tweede artikel wordt gekeken naar de ontwikkeling van kooldioxide. aangetoond zal worden dat je deze ontwikkeling zonder veel moeite kunt afleiden uit het verbruik van fossiel brandstof. Hier zullen de artikelen over antropogeen CO2 een plaats krijgen. Het derde artikel zal zich bezig houden met het verband van van CO2 en de opwarming van de Aarde. Het vierde artikel is het meest controversieel omdat zal worden aangetoond dat het broeikaseffect in de letterlijke zijn van het woord niet bestaat en daarmee geen verklaring biedt waarom een stijging van CO2 leidt tot een stijging van de gemiddelde temperatuur van het oppervlakte van de Aarde. In het vijfde en afsluitende artikel zal ik proberen om weer te geven dat een stijging van het kooldioxide gehalte van de atmosfeer wel degelijk tot de opwarming van de Aarde leidt. Er is nog veel werk te verrichten maar sommige dingen zijn al onderzocht en hoeven alleen nog een plaats te vinden in dit verhaal. Van daag beginnen we met het eerste artikel. De opwarming van de Aarde. Dit artikel bestaat vooral uit een heleboel plaatjes en begeleidende tekst.

Inleiding

Dat de Aarde warmer wordt weten we allemaal. Het staat dagelijks in de krant en ook online wordt er veel aandacht aan besteed. Ook door mainstream nieuws sites. Tenminste in Nederland en België. Hoe dit in andere landen is weet ik niet. Dit heb ik verder niet onderzocht. Maar laat ik stellen dat als je nu nog niet weet dat de Aarde warmer wordt je vermoedelijk op een andere planeet hebt geleefd of in een parallel universum. De opwarming van de Aarde is gewoon een feit en feiten dien je te erkennen. Want iedereen heeft recht op een eigen mening maar niemand heeft recht op eigen feiten. Laat ons eens gaan kijken hoe het zit met de temperatuur van de Aarde en de opwarming. We maken daarbij gebruik van de website van Climate Reanalyzer. Hier kun je allerlei dingen voor je zelf uitproberen. Dat is leuk om te doen en heel leerzaam. We gaan kijken naar de gemiddelde temperatuur van de Aarde aan de hand van kaartjes van de Aarde. Dit doen we voor het hele jaar en voor de zomer en de winter. Daarna gaan we kijken hoe de opwarming van de Aarde er uitziet aan de hand van kaartjes voor het hele jaar en alle 4 seizoenen en tijdreeksen. We zullen proberen om dit op een correcte en zinvolle wijze samen te vatten in de conclusies. Maar eerst een raar plaatje dat min of meer per ongeluk tot stand kwam.

De opwarming van de Aarde- een raar plaatje

Door gewoon eens met de mogelijkheden spelen die de website van Climate Reanalyzer biedt krijg je soms vreemde resultaten. Op zich is dit een geldig plaatje. Echte onzin levert al gauw een foutmelding op. Hier gebeurde dat niet. Het levert wel een raar plaatje op;

fig-01-maps_882

Figuur 1 – Temperatuur anomalie – Periode 1948 -2018 vergeleken met 1979-2000

Het is een raar plaatje dat lijkt te suggereren dat er niet of nauwelijks opwarming over de periode 1948-2018 heeft plaatsgevonden. Dit is zoals we zullen zien onzin en komt door de rare manier waarop je het een met het ander vergelijkt. Dit is gewoon niet gangbaar en nogal onzinnig maar het levert weliswaar een vreemd maar wel geldig resultaat op. Het plaatje is iets waarvan ik van te voren niet wist dat dit er uit zou komen. Maar daar doe je onderzoek voor. Als je alles al van te voren weet heeft dit geen zin. Onderzoek kost veel tijd en energie. Die kun je ook gebruiken voor zinvolle dingen. Bijvoorbeeld uitzoeken hoe dit vreemde resultaat tot stand is gekomen.

fig-02-ncep1_352
Figuur 2 – Hoe kwam figuur 1 tot stand

Dat het net leek dat er niets was veranderd over de periode 1948-2018 komt doordat de basisperiode 1979-2000 die de nullijn bepaald in het midden van deze periode ligt. De periode 1948-1979 is duidelijk kouder dan de basisperiode en de periode 2000 -2018 is duidelijk warmer dan de basisperiode. Gemiddeld kom je voor de hele periode uit op nagenoeg de nullijn. Het is dus zaak om goed te kijken wat je met wat vergelijkt anders krijg je geen zinvolle resultaten. Het is niet zinvol om voor de hele periode 1948-2018 de temperatuur anomalie te bekijken. Maar het is wel zinvol om over de hele periode de gemiddelde temperaturen te vergelijken globaal en wel over een heel jaar en over de belangrijkste seizoenen namelijk de zomer en de winter. Hier maken we aan aantal kaartjes van. Dit doen we in de volgende paragraaf.

De gemiddelde temperatuur op Aarde

In de klimaatwetenschap bestaat wel heel veel aandacht aan temperatuur anomalie maar weinig aandacht voor de gemiddelde temperatuur. In dit onderzoek gaan we beiden doen. We beginnen eerst met de weergave van de gemiddelde temperatuur aan de hand van een kaartje. Hoe ziet het plaatje er uit als we niet naar de anomalie kijken maar naar de gemiddelde temperaturen? Dat ziet er dus als volgt uit;

fig-03-temp-year-1948-2018-maps_268
Figuur 3 – Gemiddelde temperatuur per jaar

Het is duidelijk. De tropen zijn het warmst en de poolgebieden zijn koud. Er zijn een paar interessante patronen te zien. Zo is duidelijk het effect te zien van de warmere golfstroom voor de kust van Noordwest-Europa. Het maakt dat Europa gemiddelde per jaar een stuk warmer is dan zonder de Golfstroom. Ook valt op dat het hoogland van Tibet veel kouder is dan de onmiddellijke omgeving. Ook zie je de uitloper van het Andes-gebergte in Zuid-Amerika die kouder is dan de omgeving. Maar op zich is het een simpel plaatje. Hoe verder je van de evenaar verwijderd bent hoe kouder het wordt. Het vaste land van Antarctica is het koudste deel van de Wereld, dan volgt Groenland. Laat ons nu eens gaan kijken hoe het plaatje er uit ziet voor de twee voornaamste seizoenen namelijk de zomer en de winter. Hoe ziet dit plaatje er uit als je de zomer (op het noordelijke halfrond) weergeeft. Op het zuidelijk halfrond is het dan winter. Dat ziet er als volgt uit;

fig-05-temp-zomer-1948-2018-maps_348
Figuur 4 – Gemiddelde temperatuur in de zomer

Het noordelijk halfrond is flink warmer geworden en het zuidelijk halfrond is een stuk kouder geworden. Dit zal uiteraard niemand verbazen. Maar wat misschien wel zal verbazen is dat de gemiddelde temperatuur voor het noordpool gebied,met uitzondering van het binnenland van Groenland, boven nul uitkomt. Dat is moeilijk te geloven toch is dit wel zo. Andere bronnen vertellen precies het zelfde verhaal. Zie onderstaand plaatje;

fig-04-meanT_1958

Figuur 5 – Gemiddelde temperaturen boven de 80ste breedtegraad

Dit plaatje is afkomstig van de Deense Meteorologische dienst. Het heeft betrekking op het gebied boven de 80ste breedtegraad. De groene lijn geeft het langjarig gemiddelde weer over de periode 1958-2002 in graden Kelvin. De blauwe lijn geeft 273 K aan en dit is gelijk aan het smeltpunt van ijs, dat wil zeggen nul graden Celsius. De rode lijn geeft het verloop aan van het jaar 1958 aan. De gemiddelde temperatuur van het noordpool gebied komt zomers dus werkelijk boven de nul graden uit. Als dit klopt voor het gebied boven de 80ste breedtegraad zal het voor de rest van het poolgebied met uitzondering van Groenland ook wel kloppen. Groenland is een uitzondering. Door de kilometers dikke ijskap ligt het ver boven de zeespiegel en dan is het altijd een stuk kouder. De rest van het Noordpoolgebied is dus warmer dan nul graden. Geen wonder dat het ijs dan massaal gaat smelten. Je vraagt je af hoe er ijs over kan blijven aan de eind van de zomer. Maar dat zal waarschijnlijk komen omdat de zomer maar kort duurt en de temperatuur weer spoedig onder nul terug valt. Dan houdt het smelten van ijs op en gaat water weer bevriezen. Hoe ziet het plaatje er uit als je kijkt naar de winter op het noordelijk halfrond. Dan is het zomer in het zuidelijk halfrond. Dat ziet er als volgt uit;

fig-06-temp-winter-1948-2018-maps_361
Figuur 6 – gemiddelde temperatuur in de winter

Het noordelijk halfrond wordt meteen een stuk kouder. Wat opvalt is opnieuw de strook minder koude oceaan boven Noord-Europa. Het is in de winter dat het pas opvalt hoeveel verschil de golfstroom uit maakt voor Noord-Europa. Zonder dit zou de winter in West-Europa aanzienlijk kouder zijn. Wat ook opvalt is dat de in het zuidelijk halfrond de zomer voor Antarctica een stuk kouder uitvalt dan voor het noordelijk halfrond. De gemiddelde temperaturen komen hier beslist niet boven de nul graden uit zoals de zomer van het noordpoolgebied buiten Groenland het geval is.
Voor het weergeven van de gemiddelde temperaturen per jaar en voor de zomer en de winter is het wel degelijk handig om de hele periode van 1948 tot en met 2018 te gebruiken. Om de opwarming van de Aarde weer te geven is het beter om de hele periode op te splitsen in 2 deelperioden en die met elkaar te vergelijken. Dit bewaren we voor de volgende paragraaf.

De opwarming van de Aarde

De opwarming van de Aarde kun je weer geven aan de hand van tijdreeksen en kaartjes. We zullen beiden doen om een inzichtelijk beeld te krijgen hoe de opwarming er uitziet. Laten we eerst eens kijken naar de afwijking van de gemiddelde temperatuur van de Aarde over de afgelopen 170 jaar aan de hand van een aantal veel gebruikte tijdreeksen. Hierbij dien je niet te veel aandacht te geen aan de aanzienlijke ruis die in het plaatje aanwezig is maar meer op de smooth (gladgestreken) donkergrijze lijn. In dit plaatje is ook aangegeven hoe de periode 1948 tot en met 2018 van het databestand van Climate Reanalyzer in dit overzicht past;

fig-07-beide tijdreeksen
Figuur 7 Temperatuur anomalie voornaamste tijdreeksen

Het door ons gebruikte databestand is van Climate Reanalyzer en dit gaan we nader bekijken. Laat ons als eerste maar eens een weergave van de gemiddelde temperatuur op Aarde over deze periode doen. Dat ziet er als volgt uit;

fig-09-temp-gem-global-ncep1_399
Figuur 8 – Gemiddelde temperatuur Aarde een tijdreeks

Wat opvalt is dat de Aarde een duidelijk waarneembaar seizoenspatroon heeft. Dit komt omdat continenten heftiger reageren op de seizoenen dan de oceanen en het noordelijk halfrond meer continenten heeft dan het zuidelijk. Daardoor is het seizoenspatroon van het noordelijk halfrond bepalend. De gemiddelde temperatuur schommelt tussen een minimum temperatuur van 12-12,5 graad Celsius en een maximum tussen de 15,5-16 graad Celsius. Dat is een bereik van circa 4 graden. Het is duidelijk te zien dat het warmer wordt op Aarde. Dit is nog beter te zien als we niet de gemiddelde temperatuur weergeven maar de tijdreeks van de temperatuur anomalie. In dit plaatje zijn ook de resultaten van recent onderzoek weergegeven. Zie onderstaand plaatje;

fig-10-ncep1_964-lijn
Figuur 9 – Temperatuur anomalie Aarde een tijdreeks

Deze tijdreeks is prima geschikt voor mijn onderzoek naar de mechanismen dimming en brightening. Het mechanisme van dimming kwam niet zo goed uit de verf. Dit zou ik nog een keer over kunnen doen en kijken of het met dit bestand beter wil lukken. De knik in de trend van 1975 is goed te zien. Er is een lichte daling voor 1975 en dat is raar. De CO2-emissies waren er ook voor 1975. Waardoor werd het dan niet warmer? Mijn theorie is dat dimming dit tegen ging en dat dit mechanisme dus net sterk zo niet sterker was dan het mechanisme van het versterkt broeikaseffect. Na 1975 begint de Aarde weer op te warmen en zoals uit eerder onderzoek bleek, met een hoger tempo dan die van de langere termijn. Dit komt omdat naast het mechanisme van het versterkt broeikaseffect ook het mechanisme van brightening optreedt. Beide mechanismen leiden tot opwarming van de Aarde. Als dimming in staat was om de opwarming van de Aarde vrijwel geheel tegen te gaan mag men er van uitgaan dat ook brightening een sterk mechanisme is. Mijn onderzoek lijkt dat te bevestigen. Als we nu een overzicht maken van de opwarming van de Aarde over de totale periode van 1850 tot heden met daarin zowel het versterkt broeikaseffect plaatsen als wel dimming en brightening krijgen we het onderstaande beeld;

fig-08-samenvat

Figuur 10 – Broeikaseffect(BKE), dimming en brightening in het grote verband van AGW

In figuur 10 zijn de voornaamste dingen vermeld om een goed overzicht te krijgen van de opwarming van de Aarde over de tijd en de processen die daarin een rol spelen. Het proces verliep niet via een simpele rechte lijn. Maar dingen zijn zelden zo simpel als sommige onderzoekers en reageerders in de blogosfeer wel zouden willen. Er zijn nu eenmaal meerdere processen bij betrokken. Zelfs bij een simpel plaatje dat de ontwikkeling van de opwarming van de Aarde beperkt tot de anomalie van de gemiddelde temperatuur van de Aarde. Laten we dit plaatje eens nader bekijken. In dit plaatje zijn de meest voorkomende tijdreeksen weergegeven als het om de opwarming van de Aarde gaat. Men dient zich te richten op de donkergrijze lijn. De ruis op deze smooth is aanzienlijk. Het zou iets van doen kunnen hebben met het ENSO-fenomeen, maar dit is voor dit onderzoek niet van belang. Men verliest zich in details als je ook de ruis een plek wil geven in het verhaal.
De nullijn in dit plaatje wordt bepaald door de periode 1850-1900. Het gaat dus om afwijkingen ten opzichte van dit gemiddelde. De hele periode valt uiteen in een aantal deelperioden die we afzonderlijk gaan bekijken.
In de periode tot circa 1900 hebben we nog geen opwarming van betekenis. Het verbruik van fossiele brandstof en dus ook de CO2-emissies zijn dan nog veel te laag. In de periode na 1900 begint de industriële revolutie ook globaal een hogere vlucht te nemen en neemt de CO2-emissie toe en daardoor ook de versterking het broeikaseffect. De temperaturen beginnen te stijgen. Na 1945 volgt een periode van sterkte economische groei in steeds meer landen. Maar behalve CO2-emissies krijg je ook steeds grotere emissies van zwaveldioxide. Dit laatste zorgt voor het proces van dimming en dit gaat het proces van het versterkt broeikaseffect tegen met als gevolg geen opwarming van de Aarde maar zelfs een lichte daling. De nadelen van lucht vervuiling ziet men al vroeg in. Denk aan de beruchte Smog van Londen. Men begint met maatregelen om de zwaveldioxide emissies flink omlaag te brengen en met succes. De lucht wordt een stuk schoner. En dat is goed voor het milieu, de natuur, oude monumenten en de volksgezondheid. Maar er is een onbedoeld neveneffect dat ergens na 1975 gaat optreden. Dimming dat de opwarming van de Aarde tegen ging slaat om in brightening dat de opwarming van de Aarde juist versneld. De opwarming begint opnieuw onder invloed van de nog altijd aanwezige versterking van het broeikaseffect maar nu versterkt door het uiterst krachtig proces van brightening. Hierdoor verloopt de opwarming na 1975 sneller dan over de periode 1910-1945. Je zou verwachten dat op een gegeven moment alle zwaveldioxide uit de atmosfeer verdwenen is en het proces van brightening uitgewerkt is. Immers de lucht kan niet schoner dan schoon zijn. Of dit punt al bereikt is weet ik niet. Vandaar en vraagteken bij knik IV en ???? bij het jaar waarin dit zou kunnen plaatsvinden. Ik heb geen idee of dit punt al bereikt is of dat dit binnenkort het geval zal zijn. Over de onderzochte periode heeft de industriële revolutie die in Engeland begon zich inmiddels over de hele wereld verspreidt en dit geeft een dimensie aan het geheel die niet in dit simpele plaatje te vatten is. Bepaalde effecten zoals dimming en brightening vonden oorspronkelijk slechts lokaal en regionaal plaats en beslist nog niet globaal. Terwijl de temperatuur waar we hier over spreken de afwijking is ten opzichte van de gemiddelde temperatuur globaal. Dit zijn dingen die hoewel niet weer te geven in het figuur toch in gedachten dienen te worden gehouden. De werkelijke ontwikkeling is altijd complexer dan gedacht zelfs als je hier vanuit bent gegaan in je onderzoek. Na deze uitweiding hoe processen als versterkt broeikaseffect, dimming en brightening en verspreiding van de industriële revolutie over de wereld met elkaar samenhangen wordt het tijd om weer verder te gaan met het onderwerp van dit artikel. Het gaat er om hoe de opwarming van de Aarde er uitziet in kaartjes en tijdreeksen.

De opwarming van de Aarde in kaartjes

Laat ons kijken hoe we het beste de tijdreeks van 1948 tot en met 2018 kunnen opdelen om te zien in welke mate en waar en in welk seizoen de meeste opwarming heeft plaats gevonden. Hier voor geef ik het volgende plaatje weer;

fig-11-ncep1_964
Figuur 11 – De beide deelperioden voor het onderzoek

De hele periode duurt 70 jaar namelijk van 1948 tot en met 2018. Dat kun je prima opdelen in twee deel perioden van elk ongeveer 30 jaar. De eerste periode is dan 1950 tot en met 1980 en de tweede periode is dan 1990 tot en met 2018. De tweede periode is duidelijk warmer dan de eerste periode. Dat kun je al zien aan figuur 9. Maar hoe ziet dat er uit op het kaartje van de Aarde. Laat ik beginnen met de afwijking van de gemiddelde jaar temperaturen te vergelijken. Dan krijg je het volgende plaatje;

fig-12-per-1-2-year-ta

Figuur 12 – Opwarming van de Aarde jaartemperaturen

In tegenstelling tot wat figuur 1 lijkt te suggereren zijn er maar weinig gebieden waar geen opwarming heeft plaats gevonden. Er zijn een paar kleine blauwe eilandjes in een rode zee van opwarming. De meeste opwarming vindt plaats in de beide poolgebieden. Dit vraagt om een verklaring. Het gehalte van broeikasgassen zoals CO2 in de atmosfeer is flink toegenomen. Broeikasgassen absorberen een deel van de warmte en stralen dit vervolgens weer uit. Ook naar het oppervlakte van de Aarde. Dit leidt tot opwarming en dit nemen we ook waar. Maar broeikasgassen zoals CO2 zijn goed vermengt met de andere gassen. Het gehalte aan CO2 in de poolgebieden is niet hoger dan in de tropen. Waarom heb je dan zoveel meer opwarming in de poolgebieden? De verklaring die gegeven wordt is dat op de poolgebieden door de opwarming massa’s ijs is gesmolten. IJs weerkaats licht veel beter dan de vaak donkere ondergrond of zee die hier voor in de plaats komt. Er vindt minder weerkaatsing van zonlicht plaats en dus meer absorptie en daardoor warmt het het poolgebied meer op. Klopt dit? Laten we eens kijken hoe het patroon van de opwarming er uit ziet voor de zomer. Dan is de temperatuur voor het Noordpool gebied zelfs boven de 80ste breedtegraad hoger dan nul en smelt dus het ijs. Als het goed is krijg je dan opwarming te zien in de zomer van het Noordpool gebied en niet in de winter die dan heerst in het Zuidpoolgebied. Want daar smelt immers dan geen ijs en is er geen zonlicht beschikbaar om te weerkaatsen. Laten we hiervoor het volgende plaatje maar eens bekijken;

fig-13-per-1-2-zomer-ta
Figuur 13 – Opwarming van de Aarde tijdens de zomer(JJA)

JJA staat voor juni, juli en augustus de drie zomermaanden. Komt het resultaat overeen met de verwachting? Dat valt dus heel erg tegen. Ik wil niet zeggen dat er geen opwarming plaats vindt in het Noordpoolgebied in de zomer. We bedoelen dan niet op het seizoenspatroon maar op de opwarming van de Aarde op de langere termijn. Er is niet veel opwarming op het Noordpoolgebied waarneembaar. Daar tegen is er dus heel veel opwarming te zien op het Zuidpoolgebied en dat is raar. Het is daar winter. Dan is het heel koud. De temperatuur is dan ver onder nul graden Celsius. Dan smelt er geen ijs maar bevriest er water. Bovendien is er in de poolwinter weinig tot geen zonlicht wat weerkaatst kan worden. Waarom zou je juist daar in dit seizoen opwarming waarnemen? Laat ons nu eens gaan kijken hoe het kaartje er uitziet als je naar de herfst gaat kijken;

fig-14-autum-taFiguur 14 – Opwarming van de Aarde tijdens de herfst(SON)

SON staat voor september, oktober en november de herfstmaanden. Hoewel we in de rest van de wereld ook wel opwarming plaats vindt is het toch opnieuw in de beide poolgebieden waar veel opwarming plaats vindt. Voor de Zuidpoolgebied waar het nu lente is gaat misschien de gangbare verklaring op dat er meer ijs smelt en dus minder weerkaatsing van zonlicht plaats vindt en dus meer absorptie maar dat geldt niet voor het Noordpoolgebied. Laten we eerst de andere twee seizoenen bekijken voordat we proberen om tot een verklaring te komen van dit specifieke patroon. Hoe ziet het plaatje er uit voor de winter op het Noordelijk Halfrond;

fig-15-per-1-2-winter-ta

Figuur 15 – Opwarming van de Aarde tijdens de winter(DJF)

DJF staat voor december, januari en februari de wintermaanden. Dit plaatje is nog veel problematischer voor de gangbare verklaring waarom het poolgebied gemiddeld over het hele jaar meer opwarmt dan de rest van de wereld. Ook voor het Noordpoolgebied geldt dat de opwarming plaatsvindt in de winter. Dan is het koud op het Noordpoolgebied. IJs smelt dan niet en er is ook weinig tot geen zonlicht wat weerkaatst kan worden. De gangbare verklaring voldoet niet. Als we kijken naar het Zuidpoolgebied waar het nu zomer is zien we dat het niet warmer wordt maar juist kouder. Massa’s blauw gebied en dat betekent afkoeling en geen opwarming. Waar ligt dit aan? Voor we ons aan een verklaring wagen laat ons eerst even kijken naar het plaatje van de lente;

fig-16-spring-ta

Figuur 16 – Opwarming van de Aarde tijdens de lente(MAM)

MAM staat voor maart, april en mei de lentemaanden. Voor de lente geldt het zelfde als voor de herfst. De opwarming van de Aarde vindt vooral in de poolgebieden plaats. Hoe ziet het plaatje er uit als je de vier seizoenen combineert in één plaatje voor de poolgebieden. We gaan dan uit van het plaatje van het Deens Meteorologisch Instituut en passen dit aan voor onze doeleinden en dat is een beeld te geven hoe de opwarming van de poolgebieden schematisch plaatsvindt;

fig-17-meanT_2020

Plaatje 17 – Opwarming van het poolgebied in 4 seizoenen

De groene lijn geeft de situatie aan over de eerste periode van 1950-1980. De lichtrode toevoegingen geven de verandering aan. De zomer in het poolgebied is niet zo heel veel warmer geworden. De winter, lente en herfst zijn juist veel warmer geworden. Door het versterkt broeikaseffect krijg je tijdens deze seizoenen minder afkoeling door de extra hoeveelheid energie van het gestegen CO2-gehalte. Deze extra hoeveelheid energie heb je uiteraard ook in de zomer maar dan wordt dit gebruikt om extra ijs te smelten. Dit smelten van ijs, dat alleen in de zomer plaatsvindt kost veel energie en verhinderd de opwarming in de zomer. Het is niet veel anders dan met ijsblokjes in je drankje op een zomers terras. Het smeltend ijs doet dan precies het zelfde. Het gaat opwarming van je drankje tegen. Dit lijkt me een redelijk aanneembare verklaring van wat je waarneemt. Maar verklaard dit dat de opwarming van de Aarde in de poolgebieden in de rest van het jaar zoveel hoger is dan in de rest van de wereld? Er vindt op grote schaal energietransport plaats van de tropen naar de poolgebieden. Als dit niet zo was waren de tropen veel warmer en de poolgebieden veel kouder. Als om een of andere reden het energietransport toegenomen is tijdens de opwarming van de Aarde zou dit goed verklaren waarom de poolgebieden veel meer opwarmen dan de rest van de wereld. Het oppervlakte van de tropen is veel groter dan dat van de poolgebieden. Zeg dat dit een factor 10 scheelt dan betekent dit dat als je 1 W/m2 extra onttrekt aan de tropen dit een toename van energie betekent van 10 W/m2 voor de poolgebieden. Voor de tropen maakt dit weinig uit. Het versterkt broeikaseffect is groter dus de tropen koelen niet af. Ze warmen gewoon een beetje minder snel op. Voor de poolgebieden maakt dit heel veel uit. Het geeft een extra opwarming van ongeveer 2°C. Dit is een uiterst krachtige versterker die als het inderdaad zo plaatsvindt een goede verklaring geeft waarom de poolgebieden veel meer opwarmen. Dat het zomers niet veel opwarmt komt zo hebben we al eerder vastgesteld door dat de extra energie eerst gebruikt wordt om het aanwezige ijs te smelten. Dat kost veel energie die niet beschikbaar is voor opwarming. Zo zou het kunnen werken. Er is nader onderzoek nodig of dit inderdaad zo werkt en hoe opwarming van de Aarde leidt tot een toename van het energietransport. De opwarming van de Aarde is door de mens veroorzaakt. Dat staat wel vast. De grote lijnen kloppen wel. Het zijn de details die ook hier nog wat problemen geven. Daar is nog veel onderzoek naar nodig.

Overigens is het een beetje misleidend om te spreken van de opwarming tijdens de winter. Tijdens de winter koelt het in de poolgebieden heel sterk af. Het is juister om te zeggen dat het minder is gaan afkoelen over afgelopen 70 jaar. Waarom dat zo is weet ik zo niet maar de gangbare verklaring die hiervoor wordt gegeven gaat niet op. Er is nader onderzoek nodig om dit onverwachte patroon van opwarming van de Aarde te kunnen verklaren.

Conclusies

Het wordt warmer op Aarde. Daar is geen twijfel over mogelijk. Dit is gewoon een feit en feiten dienen nu eenmaal erkent te worden want een ieder heeft recht op een eigen mening maar niemand heeft recht op eigen feiten. De mate van opwarming verschilt. Dit is zowel waar over de tijd zoals de tijdreeksen aan tonen maar ook geografisch zoals de kaartjes van de opwarming laten zien. De opwarming van de Aarde hangt samen met wat in de literatuur het versterkt broeikaseffect wordt genoemd. Dit effect vindt plaats door de toename van broeikasgassen zoals kooldioxide en dit neemt toe door het verbruik van fossiel brandstof zoals steenkool, aardolie producten zoals benzine en diesel en aardgas. Dit verklaart de opwarming van de Aarde in essentie. Maar als we de hele periode van opwarming opsplitsen in deelperioden dan zien we dat mechanismen zoals dimming en brightening ook een rol hebben gespeeld. Dat wil niet zeggen dat er geen versterkt broeikaseffect plaats vindt. Het wil slechts zeggen dat deze mechanismen ook plaats vonden. Dit is gewoon een feit. Zoals gezegd feiten dien je een plaats te geven in het verhaal van de opwarming van de Aarde. Ook in het ruimtelijke patroon vindt niet alles plaats zoals dit door het gangbaar model wordt beweerd. De grootste mate van opwarming vindt plaats in de poolgebieden en dan met name in de winter. Dat wil niet zeggen dat elders en in andere jaargetijden geen opwarming heeft plaats gevonden maar niet in de zelfde mate. Dit patroon wordt niet volledig verklaard door alleen gebruik te maken van het mechanisme van het versterkt broeikaseffect. Broeikasgassen zoals CO2 zijn goed gemengd met de overige gassen van de atmosfeer. Er zouden dan ook niet zulke grote verschillen horen te zijn als aangetroffen. Hoe dit patroon dan wel verklaard kan worden weet ik zo niet. Daar is nader onderzoek voor nodig. Dit is een conclusie die je in ieder goed onderzoek terug vindt. De onderzoeker dient er voor te zorgen dat hij of zij niet overbodig wordt door met een theorie van het alles te komen. Zelfs als je daar over zou beschikken kun je dit beter in stukjes en beetjes brengen. Overdaad schaadt en je dient wel wat over te houden voor de toekomst. Een goed onderzoeker is goed op deze toekomst voorbereid.

Literatuurlijst

Website Climate ranalyzer, Climate Change Institute, University of Main, USA

Danish Meteoreogical Institute

Dimming en brightening getest met BEST databestand

Brightening vooraf gegaan door dimming

Waarom neemt het verschil tussen dag en nacht toe?

Over Raymond Horstman

Onderzoeker, analist, schrijver. Havo B-pakket, HBO analytische chemie en propedeuse Bestuurskunde aan de Universiteit van Twente. Een brede belangstelling in algemene zaken en een bijzondere interesse in klimaatstudies. Mijn woonplaats wordt door een bekend schrijver die er gewoond heeft omschreven als het "onliefelijk stadje E.". Een bekend dichter had het over het einde van de spoorlijn. Het is een fijne stad om in te wonen. Kort samengevat: E. heeft het!
Dit bericht werd geplaatst in artikel, opwarming, temperatuur anomalie en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Deel 1 – De opwarming van de Aarde

  1. Pingback: Deel 2 – De toename van CO2 | Raymond FANTASTische Horstman

  2. Pingback: Deel 3 – Het verband tussen CO2 en de opwarming van de Aarde | Raymond FANTASTische Horstman

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.